‘No space, architecturally, is a space unless it has natural light.’ Zo benadrukte Louis Kahn (1901-1974) het belang van daglicht in architectuur. Toch wordt natuurlijk licht in museale ruimtes vaak geschuwd, terwijl kunst in het archetypische kunstenaarsatelier juist bij daglicht wordt geconcipieerd. Dit spanningsveld vormde voor Robbrecht en Daem architecten, in samenwerking met Olivier Salens architecten, het uitgangspunt voor een vernieuwend museumconcept waarin natuurlijke belichting de kunst toont zoals die werd bedoeld.
In het hart van de Brugse binnenstad vormt de kunsthal BRUSK, die in mei de deuren opent, het orgelpunt van een nieuw publiek park rond het Groeningemuseum. Twee entiteiten tekenen zich als heuvels af in het silhouet. Het zijn de monumentale tentoonstellingshallen die werden verheven tot de eerste verdieping. Gescheiden door een dubbelhoge publieke passage, de Scala Grande, ontstaan twee parallelle tentoonstellingscircuits, die via drie bruggen dwars over de centrale passage met elkaar in verbinding staan. De benedenverdieping biedt zich aan als publieke motor van stedelijke dynamiek. Met een auditorium, bar en museumshop langs de binnenstraat past BRUSK zich tussen het fijnschalige binnenstedelijke weefsel en creëert met transparantie en doorwaadbaarheid kansen op toevallige ontmoetingen.