Edito
Eline Dehullu – Hoofdredacteur
Stéphane Damsin en Jan Haerens – Gastredacteurs
Gedeeld auteurschap in de praktijk
Op 15 oktober opent in Bozar de tentoonstelling Urban Legend, gecureerd door Stéphane Damsin en Jan Haerens van het Brusselse architectenbureau Ouest. Via verhalen van stedenbouwkundigen, kunstenaars en schrijvers tonen ze hun visie op de stad als levend organisme. Naar aanleiding van de tentoonstelling werkten ze mee aan dit A +-nummer over cocreatie en gedeeld auteurschap: een transdisciplinaire aanpak waarbij niet-architecten actief worden betrokken bij het ontwerp- en bouwproces.
In 2016 kreeg Ouest de opdracht om een voormalige drukkerij in Brussel te herbestemmen tot werkruimtes voor de socio-artistieke vzw Zinneke, bekend van de gelijknamige parade. Op initiatief van toenmalig directrice Myriam Stoffen pakte Ouest het project niet op de klassieke manier aan; ze werkten zonder strikt opgesteld programma, opdrachtdefinitie of planning, maar met een lange voorbereidende verkenningsfase. Daarbij vormden ze een schakel in een breed netwerk van betrokkenen – van architecten en opdrachtgevers tot eindgebruikers en buurtbewoners – met gedeelde verantwoordelijkheid en gedeeld zeggenschap. Fricties en conflicten werden niet vermeden, maar gezien als essentieel onderdeel van het werkproces. Verrassend genoeg verliep het project sneller en serener dan vergelijkbare publieke opdrachten.
Is Zinneke een unieke cocreatie-case, of een geslaagde lakmoesproef die bewijst dat deze werkwijze de hele architectuurpraktijk fundamenteel zou kunnen veranderen? Vooralsnog is transdisciplinaire cocreatie, met actieve betrokkenheid van niet-architecten, zeldzaam in de Belgische architectuur. Het klassieke beeld van de architect als solitair en ex nihilo creërend genie verandert weliswaar stilaan, en de praktijk zoekt steeds vaker naar manieren om architectuur te maken in groep en in overleg met anderen. Maar gedeeld auteurschap wordt vandaag nog vaak gezien als een samenwerking tussen gelijkgestemde ontwerpbureaus of verward met participatie. Vaak weten architectuurbureaus ook niet goed hoe ze een cocreatief of participatief proces moeten opzetten en blijft het bij goede voornemens.
We kunnen dan ook veel leren van buitenlandse voorbeelden van vroeger en nu. Zo belicht Erika Brandl een aantal vroege woonprojecten van Álvaro Siza in Den Haag en Berlijn. Hoewel hij vaak wordt gezien als een solistische schepper, toonde Siza een sterk engagement om bewoners actief te betrekken bij hun sociale huisvesting, en met succes. Ook Pieter T’Jonck gaat na hoe je bij ontwerpprocessen mensen kunt betrekken die vaak niet over de middelen beschikken om hun stem te laten horen. Een private woning ontwerpen is al complex; een gedeelde publieke ruimte stelt nog grotere eisen aan betrokkenheid en verbeeldingskracht. Toch zijn er inspirerende praktijken in onder andere Lissabon, Berlijn en Parijs te vinden, waar architecten via culturele acties en samenwerkingen met kunstenaars, antropologen en sociologen erin slagen lokale gemeenschappen actief te betrekken.
Deze omweg via cultuur blijkt een sterke methode om stemmen te mobiliseren die anders zelden worden gehoord. Dat ervaart het Brusselse collectief Dear Pigs dagelijks, met speelse interventies die buurtbewoners laten nadenken over het gebruik van de publieke ruimte. Hun werk balanceert tussen activisme en artistieke stadsverbeelding. Ook bij de renovatie van Globe Aroma, een Brusselse werkplek voor kunstenaars op de vlucht, nemen de architecten deel aan een experimenteel ontwerp- en bouwproces waarin het samen verbeelden en verbouwen vooral wordt gezien als een manier om een gemeenschap te vormen.
Cocreatie is een krachtig maar complex werkproces: het stimuleert kennisdeling, creativiteit en gemeenschapsvorming, maar vraagt tijd, zorg en langdurige betrokkenheid. De essentie ligt niet zozeer in het opzetten van collectieve info- en verbeeldingssessies, maar in aandachtig luisteren, verhalen verzamelen en voeling krijgen met het dagelijks gebruik van een ruimte. Dit proces van afstemmen, omgaan met onzekerheden en zoeken naar consensus overstijgt dan ook de klassieke ontwerpopdracht van de architect. De vraag is dan of cocreatie, waarvan veel aspecten eerder psychologisch, sociologisch of politiek van aard zijn, binnen het al heel ruime takenpakket (en soms krap bemeten honorarium) van de architect valt. Wanneer we zulke verwachtingen koesteren, vervallen we opnieuw in een denkpatroon waarin de architect wordt geacht alle problemen te kunnen en moeten oplossen.
Om cocreatie echt te laten wortelen, heeft de architectuurpraktijk dus behoefte aan methodes, voorbeelden en tools uit andere disciplines. We hopen dat de uiteenlopende verhalen en projecten in deze publicatie daarbij richting kunnen geven.
Table of contents
COLLECTIVE A+UTHORSHIP
Edito – Gedeeld auteurschap in de praktijk
Eline Dehullu, Stéphane Damsin en Jan Haerens
Tout seul, on va toujours plus vite?
Myriam Stoffen
Een ander soort architect
Pieter T’Jonck
Interview – Publieke speelruimte: Lieven De Cauter in gesprek met Dear Pigs
Amber Vermaete
Een huis voor collectieve verbeelding
Annelies Augustyns, An Vandermeulen
Participatieve huisvestingsmodellen
Erika Brandl
Eendracht maakt macht
Anne-Catherine De Bast
Opinie – Een gemarginaliseerde droom
Omar Kashmiry
PROJECTEN
XDGA
Mobilis, Brussel
Baumans-Deffet – Dirix
Val-Benoît, Luik
Barozzi Veiga – Tab
Abby, Kortrijk
FELT
Provinciaal Hof, Brugge
Vanden Eeckhoudt-Creyf
Masui 186, Schaarbeek
Dierendonckblancke
Condor, Sint-Jans-Molenbeek
Multiple
Browning, Herstal
EM2N: Pragmatisch idealisme
Eline Dehullu
Sponsored Feature – Vande Moortel: Circular Brick
Arnaud De Sutter