Afgelopen najaar konden bezoekers van de Jardins de Métis in Québec (Canada) zich even in Gent wanen. Voor de 25ste editie van het Festival international de jardins ontwierp het Belgische collectief Pioniersplanters een installatie gebaseerd op een typische Vlaamse stadstuin.


Onder het jaarthema écologie des possibles (ecologie van mogelijkheden) vertrokken de ontwerpers vanuit een opvallend uitgangspunt: de gewone tuin. “Het aandeel land dat door privétuinen wordt ingenomen (waarvan er ongeveer 2 miljoen zijn) wordt geschat op 12%. Dat is vier keer de totale oppervlakte van niet-residentiële natuurgebieden in Vlaanderen,” stelt het collectief. Het potentieel van de Vlaamse tuin is dus enorm. Deze visie sluit aan bij de filosofie van het festival: natuur en cultuur worden onderling in verband gesteld met elkaar – niet behandeld als tegengestelden.

De basis van de installatie was de eigen stadstuin van een van de leden van het collectief. Gelegen in de Lieremanstraat in het centrum van Gent, kan dit stukje grond dienen als een representatieve Vlaamse tuin – en er de mogelijkheden van tonen. Met zijn 72 m² en natuurlijke inrichting vol bloeiende planten en waterdoorlatende bodembedekking, staat hij in contrast met de vaak verharde of strak gemaaide tuinen rondom. De tuin in de Lieremanstraat werd voor de tentoonstelling op ware grootte (schaal 1:1) gereconstrueerd in Québec. In die nieuwe context kreeg de tuin ruimte om bekeken te worden als een op zichzelf staand geheel; een materiële mise en abîme van een tuin in een tuin. De typische grenzen van een stadstuin, vier muren, vormden niet langer een beperking van de ruimte, maar creëerden een intieme schuilplaats waar bezoekers tot rust kwamen, bleven hangen of rondom bewogen.
Terwijl de Vlaamse context bestond uit naburige tuinen die grotendeels verhard werden, nestelde de installatie in de Jardins de Métis zich in een ruwere, natuurlijkere omgeving. Zo kon opnieuw een contrast gevormd worden door de zachtheid van de tuin. Openingen in de muren wakkerden de nieuwsgierigheid van bezoekers aan, en wie de tuin betrad vond een verrassend zachte, uitnodigende plek. Een eenvoudig bankje bood de kans om even te blijven. Hoewel de tuin een exacte kopie was, bestonden de muren uit betonnen snelbouwstenen in plaats van de bekende baksteen. Deze keuze maakte het mogelijk de stenen na afloop van de tentoonstelling te hergebruiken.
Met hun installatie wilde pioniersplanters het bewustzijn over de mogelijkheden van dit soort tuinen zichtbaar maken. “Het potentieel van tuinen kan niet over het hoofd worden gezien; het is immens,” klinkt het overtuigd.
De 25ste editie van het Festival international de jardins liep in 2024 van 22 juni tot 6 oktober. Een volgende tentoonstelling van Pioniersplanters is te bezoeken vanaf 26 juni aan De Singel in Antwerpen, i.s.m. het VAi voor tafelzetting #14.

