Het zou zo eenvoudig kunnen zijn, als we bij elke beslissing de vraag zouden stellen: ‘wordt het kind in de stad hier beter van?’ In steden is de bevolking doorgaans jonger dan buiten de stad, en toch is de ruimtelijke context er minder aangepast aan kinderen. In bepaalde Brusselse wijken is 30 procent van de inwoners minderjarig. Bijna een op de drie kan dus een kind genoemd worden. En toch weegt hun aanwezigheid te weinig op het beleid. We moeten kinderen en jongeren laten participeren in de creatie van hun leefomgeving. We moeten ze bevragen, naar ze luisteren, samen nadenken en creëren… maar we moeten ze vooral in de mindset van beleidsmakers betonneren.
Een kindvriendelijke stad is een mensvriendelijke stad. De kindvriendelijkheid van ingrepen evalueren is een eenvoudige vuistregel om inrichtingsprincipes en/of beleidsvoorstellen te checken. Het gaat hierbij niet alleen over het ontwerp van een school of een speelpleintje, een park of het jeugdhuis, maar over élke beleidsbeslissing.