Edito

Rotor – Gastredacteur

Kan nieuwsgierigheid naar de oorsprong en bestemming van bouwmaterialen een verrijking zijn voor de architectuur? Dat is de hypothese die ons sinds de begindagen van Rotor bezighoudt. Als gastredacteur van A+ wilden we van de gelegenheid gebruikmaken om ons verder over deze vraag te buigen.

Onze nieuwsgierigheid naar de organisatie van materiaal- en afvalstromen vertaalt zich op verschillende manieren in projecten. Die variëren van veldonderzoek en pogingen tot conceptualisering via publicaties en tentoonstellingen, tot ontwerpprojecten (die ons in staat stellen om op kleine schaal met alternatieve ontwerpmethodes te experimenteren) en zelfs de oprichting van Rotor Deconstruction, een bedrijf dat gerecupereerde materialen verkoopt (wat ons in staat stelt om nieuwe materiaalcircuits uit te bouwen). Eén onderwerp in het bijzonder is erg nuttig gebleken voor onze analyses: het hergebruik van materialen.

Hergebruik integreren in een ontwerp- en bouwproces verplicht vaak tot het openen van een hele reeks dozen van Pandora. Het confronteert ons met projectaspecten die erg bepalend zijn voor de architectuurpraktijk, maar die zelden ter discussie worden gesteld. Van technische normen tot ontwerpmethodes, van werkverdeling tot aansprakelijkheid, van de organisatie van openbare aanbestedingen tot de financiering van projecten: als we echt aan de slag willen gaan met hergebruik, moeten al die aspecten worden herdacht. Dit is zowel een last als een deugd. Een last omdat alles in vraag stellen nooit gemakkelijk is. En een deugd omdat het ons in staat stelt de lijnen uit te zetten voor potentieel emanciperende alternatieven op professioneel, sociaal en ecologisch vlak.

Hergebruik beschouwen als een oplossing op zich zou echter misleidend zijn. Er is immers niets dat hergebruikpraktijken – of in bredere zin het zogenaamde ‘circulaire bouwen’ – beschermt tegen vormen van verspilling, uitbuiting en vervreemding. De geschiedenis leert ons dat hergebruik in radicaal tegengestelde contexten kan floreren. We zien de praktijk zowel tijdens bijzonder ongebreidelde vormen van stedelijke speculatie (denk aan Parijs onder het Tweede Keizerrijk) als in de zoektocht naar antikapitalistische modellen van tegenculturele bewegingen (zoals de autonome communes in de VS in de jaren 1970). Wat wel verschilt, zijn uiteraard de sociale relaties waarin de praktijk wordt toegepast (de relatie tot werk, tot de economie,…). En hoewel hergebruik transformaties in de sociale relaties op gang kan brengen, wordt het zelf ook deels door diezelfde relaties bepaald.

In dit speciale nummer willen we laten zien in welke mate ‘circulaire’ praktijken nog altijd grotendeels verstrengeld zijn met de sociaal-economische relaties die zich hebben ontwikkeld rond de materiaalstromen van de ‘lineaire’ economie. Dit onderwerp staat centraal in de discussie tussen Jane Hutton en Lionel Devlieger, die benadrukken hoe belangrijk het is om materiaalstromen te bestuderen binnen hun historische, ecologische en sociale dimensies. Dit is ook het centrale onderwerp van de tentoonstelling Entangled Matter en van de opdracht die Rotor voor deze gelegenheid gaf aan het cineastenduo Ila Beka & Louise Lemoine.

Verder willen we enkele dozen van Pandora openen die door hergebruik tastbaar worden. Zo heeft Pierre Chabard het over esthetiek, waaraan in het architectuurvak veel waarde wordt gehecht, maar dat tot op de dag van vandaag nog weinig besproken blijft in relatie tot hergebruik. De financiering van alternatieve productiekanalen voor materialen wordt aangesneden tijdens een rondetafelgesprek, waarvan Lisa De Visscher verslag uitbrengt [p. 87]. Tot slot bespreekt Brussels bouwmeester Kristiaan Borret de noodzakelijke evolutie in het overheidsbeleid – in het bijzonder met betrekking tot het behoud van bestaande gebouwen [p. 53].

Meer in het algemeen willen we enkele thema’s verkennen die het mogelijk maken om hergebruik stevig te verankeren in het perspectief van een diepgaande transformatie van de bouwsector. Een van die thema’s is onderhoud en de logica’s van zorg, aangehaald in een artikel van Pauline Lefebvre. Thomas Vilquin schrijft over low-tech, en bij uitbreiding over de noodzaak om onze visie op technologie en innovatie te herzien.

Tot slot willen we ook meer diepgang brengen in de huidige debatten over hergebruik. We vinden het in dat opzicht belangrijk om de historische diepgang van het onderwerp te duiden. Daarom schetsen we een evolutie aan de hand van enkele boeken over hergebruik die de afgelopen vijftig jaar zijn verschenen [p. 33]. Een niet eerder gepubliceerde reportage van fotografe Delphine Mathy toont een aantal bedrijven die gespecialiseerd zijn in het terugwinnen van materialen, om de discussies over hergebruik te verankeren in de actuele realiteit van de sector. En tot slot willen we wijzen op de risico’s die de uitholling van het kritisch potentieel van hergebruik met zich meebrengt, een onderwerp dat filosoof Philippe Simay bespreekt in een opiniestuk aan het einde van dit nummer [p. 99].

Theme

Material Flows

Rotor geniet internationale erkenning als pionier in het hergebruik van bouwelementen. Centraal in het werk van Rotor staat de vaststelling dat ecologische omwentelingen niet louter op een technocratische manier gerealiseerd kunnen worden, maar ook socio-economisch en cultureel verankerd moeten zijn. Naar aanleiding van de tentoonstelling Entangled Matter in het najaar in Bozar treedt Rotor op als co-editor van A+310 Material Flows. In dit nummer gaan het behoud van bestaande structuren en het hergebruik van bouwmaterialen hand in hand met alternatieve ontwerppraktijken. Verschillende internationale auteurs buigen zich over thema’s als het hergebruik en onderhoud van materialen (Pauline Lefebvre), het behoud van de structuur van een gebouw (Kristiaan Borret) en low-tech assemblagestechnieken (Thomas Vilquin), financieringsmodellen van innovatieve praktijken (Lisa De Visscher), en over het veranderend auteurschap van de architect (Pierre Chabard). Zo gaan we kritisch na welke deelaspecten en instrumenten van een circulaire economie in staat zijn om de huidige lineaire economie om te buigen, en met welke resultaten.

See all themes