Sinds eind de jaren 1960 wijdt kunstenaar Jean Glibert zich aan zijn artistiek proces waarin hij kleur integreert in architectuur en de openbare ruimte. Zijn minimalistische interventies vermengen zich op onontwarbare wijze met het gebouw of de ruimte in kwestie om er de visuele en fysieke eigenschappen van te benadrukken of te herdefiniëren. Het opmerkelijke en eigenzinnige karakter van zijn oeuvre heeft geleid tot een samenwerking met heel wat architecten, ingenieurs of aannemers zoals Michel De Visscher, Daniel Dethier, Pierre Hebbelinck, Alain Hinant of het Bureau Greisch. In oktober wijdt het Paleis voor Schone Kunsten een welgekomen retrospectieve aan de kunstenaar. Gelegenheid voor Anaël Lejeune om Jean Glibert te ontmoeten in zijn atelier, waar ze het hebben over zijn afgelegd parcours en zijn opvatting over de artistieke interventies in architectuur.
Anaël Lejeune – U genoot een opleiding aan La Cambre (1957–1961) in het atelier Monumentale Schilderkunst. Later zou u er ook zelf gaan lesgeven. Waarom koos u toen voor schilderkunst en niet voor architectuur, een discipline waar u toen ook al belangstelling voor had?