Horst Expo heeft iets weg van het beroemde Insel Hombroich bij Neuss in NRW, Duitsland: een natuurlandschap gewijd aan hedendaagse kunst en architectuur op een voormalige militaire site. De verschillen zijn echter even groot als de gelijkenissen. Insel Hombroich kreeg massale steun van een verzamelaar, de stad Neuss en NRW en kon zo beroep doen op de crème de la crème van internationale architecten en kunstenaars. Het Asiat park, een ontruimde basis, stond jaren leeg, tot bleek dat jongeren daar met rave parties ‘hun’ plek van maakten. De stad Vilvoorde kocht het terrein en gaf het in langdurige bruikleen aan het Horst Festival. Dat had op het terrein van het kasteel van Horst zijn sporen verdiend als rave festival én kunst- en architectuurtentoonstelling. Het is een op en top Belgische organisatie: geen geld, maar topkwaliteit, dankzij de inventiviteit en inzet van vrijwilligers en locals. Zonder (heel) grote namen, maar met kunst en sociale acties die ertoe doen. Het realiseert de droom van de avant-garde: kunst en architectuur die versmelten met het leven.


There will be soft rains is het motto van Horst expo dit jaar. Het is ontleend aan een gedicht van de Amerikaanse dichteres Sara Teasdale, een reactie op de gesel van de Spaanse Griep in 1918 (de corona pandemie was in vergelijking klein bier). Aanvankelijk wou de organisatie dit jaar de Darse site, een terrein aan de overkant van de Zenne die de noordwestelijke grens van het terrein vormt, inpalmen, maar dat plan liep vertraging op. Wel werd een andere site, ten oosten van het Asiat park ingepalmd voor Dark Skies. Die plek biedt letterlijk onderdak voor rave parties.

Dark Skies is een onwaarschijnlijke constructie. Ze is opgebouwd uit donker gebeitste kepers, geassembleerd tot vakwerken die in een grid van zo’n 3 bij drie meter een ruitvormig ‘dak’ vormen. Dat zweeft op zo’n vier meter boven de grond. Gerecycleerde staalplaten met uitgedeukte gleuven reflecteren het geluid onder die ‘donkere hemel’ Op een viertal plaatsen zijn in het dak prieeltjes verwerkt waar DJ’s en lichttechniekers tijdens hun set de party kunnen overzien. Oorspronkelijk zouden slechts twaalf, vrij willekeurig geplaatste, kolommen van staal en kepers de ruit met een diagonaal van ca 27 m in de lucht houden. Dat leek Horst expo wat al te gewaagd. Ze voegden er nog 26 stutten aan toe om het gewicht van de licht- en klankinstallatie op te vangen. Dat doet niets af aan de visuele impact van deze installatie van Leopold Banchini en Giona Bierens de Haan, in samenwerking met DJ DVS1. Of het zo bedoeld is weet ik niet, maar de gelijkenis met New Babylon, het utopische project van Constant (Nieuwenhuys) voor een wereld bevrijd van de last van werk uit de vroege jaren 1960 is treffend.

Minder spectaculair, maar even intrigerend, is Weaving weeds van het Berlijnse Atelier Fanelsa en de Technische Universität München (TUM). Onder de serre die Rotor er een paar jaar eerder bouwde hingen ze baldakijnen van lappen jute en resten van de Japanse duizendknoop die elders het terrein overwoekert. Op termijn zou op dat substraat een mostapijt kunnen ontstaan, al houdt de kunststoffolie bovenop het serregeraamte dat voorlopig tegen.

Twee architectuurprojecten mikken direct op de gebruiker. Leporello van Jean-Benoît Vétillard kan je lezen als een ontwikkeling in zeven stappen van een complexe ruimtefiguur: een poort met een trappartij. Dit werk van ten dele gerecycleerd beton is echter ook een skatepark waar lokale skaters een bijdrage aan leverden. Niteshop van Alter & Baukreisel, op de kop van blok 16, is opgezet als een ontmoetingsplek voor lokale jongeren. De ontwerpers ontdeden dit voormalige EHBO lokaal van alle tussenwanden en schotten, op een gemetst centraal blok na. Daarin creëerden ze een klankstudio met geluiddempende wanden gemaakt van zitjes van afgedankte stoelen van de EU. Via een brutaal uitgekapt gat in de muur kijkt die studio uit op de rest van de ruimte. Ook daar bestaat de inrichting uitsluitend uit gerecycleerde materialen; Stalen elektriciteitsbuizen werden bijvoorbeeld ingezet als kledinghangers.

Dit jaar kan je ook voor de laatste keer de wonderlijke Moon-ra tipi van Leopold Banchini bewonderen. De installatie verdwijnt volgend jaar. De Ring van PioveniFabi blijft daarentegen nog wel even. En verder is er op de Asiat site nog heel veel kunst te zien die niets met architectuur te maken heeft, maar daarom niet minder interessant is. Zie de website van Horst Art and Music.