In het rommelige landschap aan de rand van Charleroi valt de cirkelvormige brandweerkazerne van de stad op. Het ontwerp van Philippe Samyn and Partners zet in op een iconische vorm die de typologie ‘kazerne’ in een nieuw jasje steekt. Dat klinkt veelbelovend, maar overstijgt het ontwerp ook de norm en weet het de dienstgerichte architectuur te vermenselijken?

De functies zijn concentrisch georganiseerd rond een technische kern, omringd door reeds uitgeruste brandweerwagens die klaarstaan ​​om in elke richting uit te rukken. © Marie-Francoise Plissart

In de schaduw van de terril van Hiercheuses, een overblijfsel van het mijnverleden van de streek, galmen sinds 2016 de sirenes van de brandweerkazerne van Charleroi. Het gebouw beschrijft een perfecte cirkel met een diameter van 90 meter. Het heeft een zuivere, herkenbare vorm en wordt omringd door arbeidershuisjes en de snelweg aan de rand van de stad.

Vijf verdiepingen telt het. Op de begane grond spelen twee parkeerniveaus handig in op de topografie van het terrein met twee toegangen: een voor het personeel en een voor de brandweerinterventies. In een brandweerkazerne mogen in- en uitrijdend verkeer elkaar immers niet kruisen en moeten manoeuvres vermeden worden. Al vroeg in de ontwerpfase werd er voor een cirkelvormige constructie gekozen, om die continue bewegingen zowel binnen als buiten in goede banen te leiden. De verschillende programmaonderdelen zijn concentrisch georganiseerd, met een centrale kern van technische ruimtes en daaromheen de als stralen geschikte brandweerwagens, vertrekkensklaar in alle richtingen. De betonstructuur benadrukt dit patroon: de radiale steunbalken worden herhaald in de gevel in de opeenvolging van kolommen in glas rondom de hele garage. De gevel, die zo niet langer dragend is, werd getekend als een opeenvolging van transparante sectionaalpoorten. Het gebruik van ruwe materialen, met name beton en metaal, en het ontbreken van afwerkingen om de technieken te verbergen, geven de plek de typische sfeer van een kazerne. Ook bovenop wordt de ronde vorm benut, met een atletiekpiste op de buitencirkel van het dak en een refter met panoramisch uitzicht op de omgeving. Maar op de verdieping met kantoren van de verschillende diensten breekt het ontwerp met de cirkelvorm: de leeflokalen van de brandweerlieden, de gemeenschappelijke ruimtes en patio’s worden in een orthogonale rastervorm geduwd. Hier vormt het plan een vrij letterlijke vertaling van een programmatisch schema: de nogal banale werkruimtes, gangen en kantoren zijn naast elkaar geplaatst zonder echt gebruik te maken van de typologische en ruimtelijke mogelijkheden die de figuur van de cirkel biedt.

© Marie-Francoise Plissart

Met die tweesporenaanpak van de vorm gooien de architecten de handdoek jammer genoeg een beetje te vroeg in de ring. Omdat hun ambities elders liggen. Op de website van het bureau lezen we dat ‘het erg compacte karakter van dit volume de blootgestelde buitenvlakken vermindert en dus het energieverlies beperkt. Alvorens productiesystemen van hernieuwbare energie te installeren, is het immers van essentieel belang om energie aan de bron uit te sparen, door het verlies te beperken en zo veel mogelijk gratis energie te winnen uit de architectuur en de inplanting daarvan.’ Ook dit klinkt haast als pure poëzie: ‘Een geprofileerde plaat uit gegalvaniseerd staal met perforaties vormt een verticaal scherm dat het gebouw bekroont. Het beschermt de gebogen gevel tegen de zon, maar met een perforatiepercentage van 51 procent is de plaat vrijwel doorzichtig van binnenuit.’ Maar elk onderdeel van een bouwproject (de inplanting, het programma, de materialiteit) vormt op zich ook de aanleiding om een objectiever, meer onderbouwd en waarheidsgetrouwer antwoord te formuleren op de architecturale en stedenbouwkundige uitdagingen waar het voor staat.

De brandweerkazerne van Charleroi beschrijft een perfecte cirkel met een diameter van 90 meter. Met zijn vijf verdiepingen heeft het gebouw een zuivere en herkenbare vorm en is het gelegen tussen arbeiderswoningen en de snelweg, aan de rand van de stad. © Simon Schmitt - www.globalview.be

Als gevolg van een veelvoud aan nieuwe normeringen en de klimaaturgentie raken architecten bedolven onder informatie en soms tegenstrijdige adviezen die op esthetisch vlak zware consequenties kunnen hebben. Des te verleidelijker is het dan om architecturale keuzes te rechtvaardigen met een heel arsenaal aan technische motieven, als bewijs dat men zijn huiswerk heeft gemaakt. Denk maar aan hoe we tegenwoordig naar de relatie tussen isolatie en ventilatie kijken. Om efficiënt te kunnen verwarmen, moet een gebouw geïsoleerd zijn. Maar er moet uiteraard ook verse lucht binnenkomen, dus moet die binnenkomende lucht verwarmd worden, etc. Die redeneringen werken als spitsvondige syllogismen, waar ingenieurs tuk op zijn. We geven onszelf schouderklopjes voor de logica van de redenering, maar de twijfel bekruipt ons als we vochtregulerende raamventilatieroosters installeren of kilometers ventilatiebuizen uitrollen in een vals plafond, omdat we weten dat we simpelweg ook het raam hadden kunnen openen.

© Marie-Francoise Plissart

Logica en wetenschap hebben de afgelopen decennia zeker bijgedragen tot heilzame, technische en technologische experimenten in de Belgische architectuurpraktijk. Maar de kille ruimtelijkheid die daarmee gepaard gaat, valt te betreuren. De kazerne van Charleroi is hierop geen uitzondering. Ondanks de cirkelvorm, die op zich heel wat beloftes in zich draagt, voelt het gros van de kamers en kantoren steriel aan. Het winnende trio ‘antracietgrijze keramische zandsteen/gipsplaat/ledlampen tegen een vals plafond’ draagt niet bij tot een warmer geheel. In deze generische architectuur ervaar je noch warmte noch kilte. Je voelt er hoegenaamd niets. En als daarbovenop een pandemie de kantoren doet leeglopen, de digitalisering werkplekken ontmenselijkt en videoconferenties de norm worden, wat blijft er dan over van dit soort architectuur, buiten het zachte gezoem van de kunstmatige ventilatie?

Architect Philippe Samyn and Partners

Website samynandpartners.com

Project name Fire station for the SRI of Charleroi

Location Charleroi

Programme Newly built fire station

Procedure Restricted tender procedure with architectural design competition for the limited-life partnership Thomas & Piron Bâtiment – Cit Blaton

Client City of Charleroi

Structural engineering Setesco Ingenieurbureau Meijer

 

 

Service engineering FTI

Building physics Neo & Ides

Acoustics D2S International

Lead contractor TA Thomas & Piron Bâtiment – Cit Blaton

Completion June 2016

Total floor area 19,721 m²

Budget € 25,000,000 (excl. VAT and fees)

Product/Supplier Assa Abloy Entrance Systems (sectional doors), Sto (insulated external façades), Schindler (elevators)