Werken met de duizelingwekkende voorraad die de moderne industrie al geproduceerd heeft en niet eindeloos blijven produceren: het is een ecologische noodzaak waar de architectuurwereld van doordrongen raakt. Sinds haar oprichting midden jaren 2000 ziet Rotor het als een opdracht en verkent het collectief deze nieuwe aanpak in de bouwsector door de gevestigde evenwichten te ontwrichten. Met twintig jaar op de teller, kunnen we terugblikken op het bouwkundige, maar ook het theoretische en esthetische potentieel van haar praktijk.
Door mogelijke vormen van hergebruik van materialen, onderdelen, elementen en zelfs gebouwen opnieuw uit te vinden, probeert Rotor de impact van de bouwsector op het milieu te reduceren. Hiertoe verlegt het Brusselse collectief voortdurend de architectuurpraktijk van het kantoor naar de werf, van constructie naar deconstructie, van het abstracte ontwerp van de ruimte naar het begeleiden van materialen binnen de architectuur. Om die verkennende praktijk van circulair bouwen te onderbouwen, put Rotor uit bestaande (ontwerp, representatie) en soms verwaarloosde vaardigheden van de architect (architectonisch onderzoek, bouwkundige diagnose) en zorgt voor nieuwe onderlinge hiërarchieën. Maar het collectief ontleent ook vaardigheden aan andere domeinen (bemiddeling, management…). Bogend op een veelzijdige onderzoekspraktijk en grondige terreinkennis is Rotor op alle fronten aanwezig. Niet alleen technische kwesties (transformatie-, reparatie- en integratieprocedures) komen aan bod, maar ook economische (de markt van hergebruik, de economie van werven), juridische (regelgeving, certificeren van materialen, verzekeringsmaterie) en sociale en antropologische kwesties (arbeidsomstandigheden, productiemethoden).