Formele schoonheid kan een bijzonder nut hebben, dat toont het Glaspaviljoen van Bruno Taut. Het maakte aanspraak op mystieke diepgang en de introductie van een nieuwe stijl, maar had in se een technisch-mercantiele motivatie. De tempel van schoonheid vormde in de eerste plaats een uitbeelding van de toepassingsmogelijkheden van glas. De demonstratie gebeurde binnen de tentoonstelling van de Duitse Werkbond in Keulen (1914). Na afloop werd het paviljoen ontmanteld. Het mystieke element is alleen van tel voor zover je architectuur als een religie beschouwt.
Ook de vermeende radicaliteit van formalisme geeft te denken. Het ontwerp van Office Kersten Geers David Van Severen voor de bibliotheek van Sint-Martens-Latem (2023) werpt de vraag op wat er dan precies zo radicaal is: het gebruik van een geometrische vorm of de ontbrekende relatie met de context. De bibliotheek staat zo dicht bij het naastliggende schooltje dat hij lijkt te anticiperen op de afbraak ervan. In de fotografie van huisfotograaf Bas Princen blijft het schooltje afwezig. De dorpsbibliotheek vormt een klein universum gewijd aan het boek. In de suburbane omgeving is er sowieso grote vormvrijheid binnen de private kavel.