Edito

Lisa De Visscher
Hoofdredactrice

Na precies elf maanden pandemie is het moeilijk om van een nieuwe start te spreken, goede voornemens in de praktijk te brengen en onbezwaard het nieuwe jaar in te duiken. We willen wel hoopvol vooruitkijken, maar blijven uiteindelijk terughoudend, kijken met een halve blik achterom, over de schouder. Zo detecteren we trends, de evolutie van het virus, de ontwikkeling van varianten, de impact op ons fysiek en psychisch welzijn en de gevolgen op het woon-, werk- en consumeergedrag van de burger. Vooral het wonen staat in lockdowntijden onder druk. Sinds maart 2020 werd onze woning plots de plek waar alle facetten van het dagelijkse leven zich moesten afspelen. Naast slaapplek is de woning vandaag ook nog kantoor, school, café, sportcentrum, theaterzaal, cinema, restaurant of (virtuele) vakantiebestemming. Uiteraard heeft dat een invloed op de woningmarkt. Meer dan ooit snakken mensen naar wat we doorgaans woonkwaliteit noemen: licht, uitzicht, een extra slaapkamer en toegang tot een bruikbare buitenruimte. Het huis met de tuin is meer dan ooit in trek, en de vraag naar parken en kwalitatieve publieke ruimten in de stad groeit.

Betekent corona het definitieve failliet van wonen in de stad? Krijgt de verkaveling alsnog gelijk? Ik denk het niet. Het woonvraagstuk is complexer dan de achterhaalde tegenstelling tussen stad en platteland. Het is nauw verweven met betaalbaarheid, mobiliteit, nabijheid van voorzieningen en duurzaam comfort. Dat neemt niet weg dat corona een vergrootglas legt op het tekort aan toereikende woningen in België en zo de woondroom expliciet maakt.

more

De meest uitgesproken verbeelding van die woondroom vinden we misschien wel bij het project van Stefanie Everaert (Doorzon) en Theo De Meyer. Zij ontwierpen een ‘ontsnappingsplek’ in een serre op een wei buiten de stad – extra licht, uitzicht, werkruimte én vakantiegevoel in één enkel gebaar. Het project is een directe reactie op de coronacrisis, in tegenstelling tot de meeste andere projecten in dit nummer, die stuk voor stuk werden ontworpen lang voor er van corona sprake was. Wat alle projecten verbindt, is de wil bij de bouwheer om anders te gaan wonen – in lijn met ecologische, sociale en economische overtuigingen – en daarom ook anders te gaan bouwen. Het experiment is hiervoor de hefboom.

“Het is onze verslaving aan onmiddellijk en geautomatieseerd comfort die met de vinger moet worden gewezen, en niet een wonen dat samenvalt met verandering en improvisatie”, schrijft Christophe Van Gerrewey over het huis dat René Heyvaert voor zijn broer bouwde, een experimentele woning bij uitstek. Maar het had net zo goed over het ‘built-in-my-backyard-off-the-grid’ huis van Rémi van Durme kunnen gaan. Met dit zelfgebouwde huis doet hij ons twijfelen aan onze aangeleerde afkeer van vrijstaande nieuwbouw. Anders bouwen betekent ook andere bouwpartners: Générale realiseerde een ambitieus cohousingproject in hartje Brussel in samenwerking met een promotor. Felt architecten onderzocht hoe een betaalbare starterswoning kan meegroeien met haar bewoners, terwijl ze ook in haar meest compacte vorm een antwoord biedt op de uitdagingen van wonen in de stad.

‘Blijf in uw kot’ was een duidelijke maatregel, maar klonk als een holle slogan voor mensen die geen thuis hebben. Onderzoekers van de KU Leuven experimenteerden met alternatieve woontypologieën als alternatief voor het onderste segment van de private woonmarkt, waarin belabberde woonkwaliteit en hoge energiekosten niet gecompenseerd worden door lage huurlasten. Ze ontwierpen nieuwe (tijdelijke) woonvormen die gekoppeld worden aan een sociaal integratieprogramma. De sleutelwoorden hier zijn betaalbaar, mobiel en modulair. Of hoe experimenten het wonen een nieuw perspectief bieden, vooral in tijden van crisis.

Theme

The Housing Experiment

Wonen is meer dan de keuze tussen een huis of een appartement, in de stad of erbuiten. Het woonvraagstuk behelst zowel ruimtelijke kwaliteit, verdichting als betaalbaarheid. Tijdens de Coronacrisis werd de woning de plek waar je niet alleen woont, maar ook werkt, lesgeeft, je ontspant, en intens samenleeft met huisgenoten of net heel geïsoleerd alleen leeft. A+288 toont zowel betaalbare individuele woningen, als collectieve en sociale woonprojecten, zowel in een stedelijke als randstedelijke of rurale context. Projecten ook die getuigen van een zeker experiment met de woondroom of waaruit blijkt dat de architect de gangbare woontypologie in vraag stelt. Met projecten van AAiO, Auxau, Burobill, Crit., Bart Dehaene, Doorzon, Felt, Générale, Hé! – BC Materials, Janda Vanderghote, Man, Rémi van Durme, Vander Maren – Venlet.

See all themes

Table of contents

Edito Lisa De Visscher
Opinie Gilles Debrun

Actua
Mamout Architectes Lara Molino
JDMA / Altstadt Lisa De Visscher
Superstudio Migrazioni Aslı Çiçek

Housing
Architectenbureau Bart Dehaene, Schaerdeke, Lo-Reninge Edith Wouters
Philippe Vander Maren – Richard Venlet, Maison M, Graven Aslı Çiçek
Hé! Hanne Eckelmans – BC Materials, Karper, Brussel Élodie Degavre
Auxau, Fétis, Etterbeek Élodie Degavre
Burobill, De stad als zijtuin, Antwerpen Gitte Van den Bergh
Open Oproep Schrijverswijk, Zwijndrecht Glenn Lyppens
Precair wonen in Brussel Aurelie De Smet, Burak Pak, Yves Schoonjans
Rémi van Durme, Lightweight House, Waals-Brabant Joeri De Bruyn
Atelier d’architecture iO, Groepswoningen, Montegnet Pauline Malras
Man architecten, Vinkenhoeve, Elversele Pieter T’Jonck
Felt, Touw, Antwerpen Bart Tritsmans
Atelier Janda Vanderghote, Loodsdoos, Gentbrugge Eline Dehullu
Générale, Spinhayer, Molenbeek Mathias Bouet
Doorzon interieurarchitecten, Michel, Wondelgem Pieter T’Jonck
Crit. architects, Woning Heyvaert, Destelbergen Christophe Van Gerrewey

Product news Viviane Eeman

Student
Euregional Prize for Architecture 2020 Lisa De Visscher
Van Hove Prijs 2020 Eline Dehullu

#009 Michiel De Cleene