#Bruxellesmabelle. Als men Instagram mag geloven, vinden duizenden mensen Brussel prachtig. Alleen niet altijd zonder ironie, want naast de onvermijdelijke zonsondergang boven het Justitiepaleis dat boven het stadscentrum uittorent of de idyllische sfeer van een zomerse pop-upbar, vindt men er ook sombere beelden van armoede, zwerfafval en files. Het is algemeen bekend dat Brussel even aantrekkelijk als onaangenaam is. Hoewel duizenden pendelaars uit Vlaanderen en Wallonië graag in de stad werken, zouden zij er nooit willen wonen. De meeste Europese ambtenaren komen slechts voor een beperkte periode in de hoofdstad werken. (Trans)migranten komen en gaan. De bevolking groeit snel (20 procent in tien jaar), maar het grondgebied is beperkt en krap. Elk jaar trekken talloze gezinnen naar de ‘Vlaamse Rand’, de Vlaamse periferie. Er is volop beweging, behalve op de Ring, waar het verkeer altijd stilstaat. Dit weten we allemaal: het vormt de achtergrond van het dagelijks leven van de Brusselaars. Maar daar gaat dit nummer niet over.

Het eerste speciale nummer van A+ is gewijd aan Brussel vanwege de rijke gelaagdheid van de stad, de enige in België met een metropolitaans karakter. En omdat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in het licht van het bovenstaande, vastbesloten is om ruimtelijke oplossingen te vinden: niet alleen om de territoriale ontwikkeling aan te pakken, maar ook om de demografische, sociale en economische uitdagingen het hoofd te bieden waarmee het wordt geconfronteerd. Omdat er opnieuw op een hoger niveau wordt nagedacht over de strategische projecten die de stad vormgeven. Omdat men durft te spreken over ruimtelijke kwaliteit als tegengif voor economische en politieke belangen. Omdat onderwerpen als de circulaire economie en tijdelijk gebruik een prominente plaats krijgen op internationale vastgoedbeurzen zoals MIPIM.