Al een aantal jaren heeft de bouwsector het graag over ‘duurzame architectuur’. Dan gaat het over ‘groene energie’ of over de hoeveelheid en de aard van ‘hernieuwbare bouwmaterialen’. Tegenwoordig heeft men de mond vol van ‘circulair bouwen’. Ik wil het belang van deze evoluties voor een groenere wereld niet onderschatten. Zonnepanelen, isolatie, biogas, materialen met natuurlijke grondstoffen… Uiteraard allemaal absoluut noodzakelijk, maar lang niet voldoende. Ik durf sterk te betwijfelen of ze echt zullen leiden tot goede, duurzame architectuur. Duurzaam betekent voor mij iets helemaal anders, namelijk: er te zijn en er te blijven. En blijvende architectuur start altijd met een (schitterend) architecturaal idee. Ik heb het hier niet over (schitterende) ideeën die leiden tot ‘excessen’. Er zijn en er blijven – anders is er geen duurzaamheid.

Ik ben ervan overtuigd dat architect en ingenieur moeten samenwerken om tot een intelligent en logisch structureel concept te komen dat het waardevolle architecturale idee ondersteunt, en zo mogelijk versterkt. Er is altijd een hele resem structurele concepten waarvan onderzocht wordt of ze ook architecturaal interessant zijn. De uiteindelijke keuze voor een bepaald structureel concept kan de leidraad vormen om het architecturale idee verder uit te bouwen tot een duurzaam ontwerp. Net zoals de architect vindingrijk moet zijn om een interessant architecturaal idee te creëren, zo moet ook de ingenieur – in samenwerking met de architect – de juiste, intelligente structurele keuze naar voren schuiven. Uiteraard hebben andere disciplines ook invloed op die keuze, maar het structureel concept is de basis, het fundament. Het is de ruggengraat die maakt dat architectuur duurzaam kan zijn.