Het Belgische onderwijs haalt slechte punten in de oeso-klas, zowel op het vlak van kwaliteit als van kwantiteit. De schooluitval en de leerachterstand liggen hoog, en er is een nijpend tekort aan gemotiveerde leerkrachten en infrastructuur – in Vlaanderen en Wallonië, maar vooral ook in Brussel. De meertalige identiteit van de hoofdstad maakt dat probleem zo mogelijk nog complexer. Gelukkig is Brussel traag maar gestaag aan een inhaalbeweging bezig, en daarin is een kapitale rol weggelegd voor de architectuur.

In de aanloop naar de verkiezingen was onderwijs even een van de thema’s. De pisa rapporten van de oeso alarmeerden: de kwaliteit van ons onderwijs daalt schrikbarend. Het oude debat over het capaciteitsprobleem raakte wat ondergesneeuwd. Nu ging het over gelijke kansen versus excelleren, over leerplannen en eindtermen. De netten en de koepels kwamen onder vuur te liggen. Onderwijs was herontdekt als ideologisch strijdtoneel. Dat was althans het debat in Vlaanderen. In Franstalig België waren de rapporten nog slechter, maar kon het Pacte d’excellence, de grote onderwijshervorming die pas was goedgekeurd, enige kalmte brengen in het debat.