De tentoonstelling (Re)Compose the City in het Civa (Centre International de la Ville et de l’Architecture) biedt een nieuwe kijk op de Noord-Zuidverbinding van Brussel. De expo houdt zich daarbij ver van het ideologische debat. Het tweede luik van de reeks Unbuilt Brussels toont aan de hand van vergissingen uit het verleden en nooit gerealiseerde ontwerpen de gelaagdheid van een gebied dat continu in beweging is, en stemt zo tot nadenken over de toekomst ervan.

Als een zeeslang kronkelt de spoorlijn tussen de bouwblokken door, klimt bovengronds, duikt dan weer onder de grond, alvorens terug aan het oppervlak te verschijnen. Is de Noord-Zuidverbinding voor Brussel het stedenbouwkundige equivalent van wat het Justitiepaleis op het vlak van architectuur is? Een eeuwig twistpunt dat intussen rotsvast verankerd zit in het weefsel van de stad? Op de website van Arau (Atelier de Recherche et d’Action Urbaines), een initiatief dat zich al sinds de jaren 1970 tegen de modernisering van de stad verzet, lezen we over ‘dit litteken’: “De spoorverbinding tussen het Noord- en het Zuidstation (1902–1952) snijdt recht door het historische centrum van Brussel en heeft geleid tot de aanleg van buitenproportionele boulevards en kantoorgebouwen, een aanpak die typisch is voor de jaren 1950.”