De inrichting van recreatiezones mag dan neutraal bedoeld zijn, toch maskeert ze vaak een zekere ongelijkheid tussen vrouwen en mannen. Door deze wanverhouding bloot te leggen, komt er ruimte voor alternatieven die plaats bieden aan iedereen.

Twee op de drie jongeren die een gesubsidieerde vrijetijdsbesteding beoefenen, zijn jongens. Zodra meisjes de lagere school verlaten, nemen ze afstand van die vrijetijdsvoorzieningen en worden ze al snel onzichtbaar in de openbare ruimte. Jongens zijn daar veel meer aanwezig en leggen bijna volledig beslag op de city stades, de skateparken, de jeugdhuizen, sportaccommodaties, vrij toegankelijke terreinen en repetitieruimten.