Architecture in dialogue, een tentoonstelling in de Fondation Folon in Terhulpen van het werk van de Japanse architect Kengo Kuma ontstond bijna bij toeval. Kuma bezocht in 2024 een tentoonstelling van Folons werk in Tokio. Dat sprak hem zo aan dat hij een gesprek aanknoopte met Stéphanie Angelroth, directrice van de Fondation over een tentoonstelling in Terhulpen, waar bevindt zich de Fondation Folon. De faculteit Architectuur La Cambre Horta droeg, via Salvator-John Liotta, een oud-medewerker van Kuma, zijn steentje bij met een lezing en een studentenworkshop. Studenten creëerden met willekeurige stukken hout twee constructies in het park Solvay achter de Fondation. Ze inspireerden zich daarvoor op Kuma’s omgang met materialiteit, detail en vakmanschap.


Kuma schikte de projecten in de Fondation Folon rond vier thema’s: Lichtheid, zachtheid, natuur en geometrie. Qua opzet vertoont de tentoonstelling een opmerkelijke gelaagdheid, een essentieel aspect van Kuma’s werk. Zijn gebouwen stellen nooit een harde grens tussen binnen en buiten in, maar verdoezelen die overgang door geraffineerd opgebouwde schermen in bamboe, hout, steen, glas of andere materialen.
Elk project verschijnt hier op drie wijzen. Een opaak doek geeft de basisdata weer. Een schets in potlood of houtskool vat daarbij de basisintuïtie van het ontwerp in één beeld samen. De eyecatchers zijn echter de verbluffend precieze maquettes. Sommige, zoals die van de Sunny Hills winkel in Aoyama, Tokio zijn een 3D print. De meeste zijn echter precieus handwerk van het team van maquettebouwers rond Hisako Tokai. Tenslotte geeft telkens één foto, gedrukt op half doorschijnende stof die vrij zweeft in de ruimte het gebouw zelf weer. Vooral die fotodoeken creëren gelaagdheid in de tentoonstellingsruimte. De beelden lijken daardoor in elkaar over te lopen en naar elkaar te verwijzen. Ze suggereren zo, terecht, dat dezelfde thema’s steeds weerkeren in het werk.
Een enkele keer, bij de ingang en in de sectie ‘Zachtheid’ doorbreekt een concrete demonstratie van een materiaal die strikte opbouw. Het materiaal wordt dan drager van een heel idee. Floating Tea House (2007) bestaat zo uit een ballon gevuld met helium waar een extreem lichte voile van reflecterende organza overheen gedrapeerd is. Voor Kuma representeert het werk een alternatieve droomwerkelijkheid. Een ander voorbeeld is Tetchan. Een hoek van de zolder is bekleed met het warrige, veelkleurige materiaal dat het ontwerp voor het Tetchan café in Tokio (2014) bepaalde.
In zijn lezing aan de ULB op de vooravond van de opening van de tentoonstelling verklaart Kuma waar Architecture in dialogue voor staat. Hij beschouwt zijn ontwerpen niet als zelfstandige objecten, maar als een exploratie van de relatie met de context en de natuur. De betekenis van een ontwerp ontstaat voor hem in het proces van het bouwen of dus: in de dialoog. Om dat te verhelderen grijpt hij naar een project uit 2000, het museum voor de 19e-eeuwse Japanse houtdruk kunstenaar Ando Hiroshige.
Nog voor hij het gebouw zelf bespreekt analyseert hij een prent van Hiroshige. Ze toont mensen die over een brug vluchten voor een plotse storm. Hij wijst op manier waarop de kunstenaar diepte niet suggereert door perspectief, zoals de Westerse kunst, maar door het beeld op te bouwen in opeenvolgende lagen. Gelaagdheid, filters – zoals die tussen binnen en buiten – is dan ook, zoals ook blijkt uit de tentoonstelling, een vast thema in het werk van Kuma.
Opmerkelijk genoeg grijpt hij een kopie die Vincent Van Gogh maakte van deze tekening aan om een tweede motief in zijn werk te illustreren. Zoals Van Gogh het beeld opbouwt en openbreekt door streepjes verf breekt Kuma het beeld van een gebouw vaak op door het materiaal, of het nu hout, steen, beton of glas is, op te breken in partikels. ‘Particlizing’ is zijn woord. Pas dan toont hij hoe het gebouw een band creëert tussen het dorp en het woud dat het omringt door een brede passage doorheen het gebouw. Hij wijst daarbij met nadruk op de materialisatie ervan: het dak is gemaakt van houten balkjes uit het woud. Die band met een materiële cultuur is essentieel voor hem: als we dat verliezen, verliezen we alles. Vandaar ook zijn belangstelling van traditioneel vakmanschap en de manier waarop we dat in de 21e eeuw kunnen redden. In een gesprek gaat hij daar verder op in.

Pieter T’Jonck – U werkt vandaag over heel de wereld. Recent bouwde U bijvoorbeeld een voorportaal voor de kathedraal van Angers. Hoe legt U in dat geval de band met lokale tradities en vakmanschap?
Kengo Kuma – We gaan actief op zoek naar de beste vaklui en leren door diepgaande gesprekken en onderzoek over hun aanpak. We nemen alle tijd daarvoor. Het is belangrijk om die kennis te redden want overal ter wereld verdwijnt vakmanschap zienderogen, ten voordele van genormaliseerde standaardoplossingen zonder band met de natuur en de samenleving.
PTJ De paradox is dat U daar geavanceerde digitale middelen bij inzet, bijvoorbeeld in Uw installatie Domino 3.0 Generated Living Structure op de Biennale: een assemblage van het hout van ontwortelde bomen tot nieuwe constructies dankzij een AI gestuurde analyse.
KUMA Beide benaderingen zijn complementair en versterken elkaar. We tonen in Domino 3.0 dat ‘afvalhout’ een valabel bouwmateriaal is als we afstappen van standaardisering. We gaan zo duurzamer om met schaarse hulpmiddelen. Ik droom ervan dat we in de toekomst allemaal in zo’n constructies leven in plaats van in torens van glas en beton.
PTJ Zelfs in grote metropolen keert Uw werk zich af van torengebouwen. Ik denk dan aan het Cultureel Toeristisch Infocentrum in Asakusa (Tokio).
KUMA We beschikten er over heel weinig plaats en vatten het gebouw daarom op als een stapeling van traditionele woningen die een open relatie hebben met de context, maar toch intimiteit bieden. Dat is de toekomst. Dat is ook de kracht van architectuur: ze heeft geen woorden nodig om mogelijkheden te tonen.
Kengo Kuma, Architecture in dialogue. Tot 13 september 2026 in Fondation Folon, Terhulpen