Vlaanderen is bezaaid met kleine dorpjes in een door de landbouw gevormd landschap. In een ruimtelijk duurzame toekomst zal de ontwikkeling van de dorpskernen een bijzondere plaats innemen. De uitdaging zal erin bestaan om een toename van de bebouwingsdichtheid en inbreidingsprojecten te realiseren, met behoud van de historische kwaliteiten van deze dorpen: hun kleinschaligheid, het gemeenschapsgevoel en de open ruimte.
In 2013 presenteerden Ann Pisman, Peter Vervoort en Inge Appermont een toekomstvisie voor de ontwikkeling van de Vlaamse dorpen. Zij stelden dat nieuwe gebruikers van het platteland betrokken moeten worden bij het behoud van de kwaliteiten ervan. De afgelopen decennia is het platteland uitgegroeid tot een multifunctionele ruimte voor wonen, vrije tijd en toerisme. Om te voorkomen dat de typische agrarische kenmerken van het landschap verloren gaan, moeten ook nieuwe gebruikers de rol van landschapsproducent of -beheerder op zich nemen. Het toekomstige platteland zal het resultaat zijn van bottom-up-initiatieven, ondersteund door professionals en de overheid: een opeenvolging van kleine verhalen in plaats van grote projecten.