Marie-Sophie Vindevogel en Arnaud Vander Donckt, masterstudenten aan de KU Leuven, onderzochten in hun afstudeerwerk de architectuur en stedenbouw door en voor daklozen in Brussel. In nauwe samenwerking met lokale organisaties keken ze naar de ruimtelijke neerslag van dakloos leven met een schijnbaar simpele vraag voor ogen: hoe woont men zonder woning?
De studenten gingen ’s nachts mee de straat op met La Strada voor de jaarlijkse daklozentelling. Met mondmaskers, haarnetjes en latex handschoenen gingen ze eten bedelen in het Zuidstation, kleren sorteren bij het Huizeke, en dweilen bij Doucheflux. Ze raakten op die manier vertrouwd met de dagelijkse bekommernissen van zowel de Brusselse dakloze bevolking als met het complexe netwerk aan sociale organisaties die de daklozen meer menswaardigheid trachten te schenken.Hun onderzoek naar de historische verankering van dakloosheid in de gebouwde omgeving presenteert zich als een visuele atlas. Hoewel dakloosheid zich per definitie uit in een gebrek aan architectuur, konden de studenten toch de verborgen en verdoken leefwereld van dakloosheid in haar architecturale verschijningsvorm in kaart brengen. Al tekenend analyseerden ze sporadische bezettingen, mobiele voorzieningen en tijdelijk ruimtegebruik. Zoals een met plooitafels en stoelen geïmproviseerde zithoek om dampende soep te overhandigen in het Zuidstation, een ongebruikt appartement waarin koffie wordt gezet, een leegstaand kantoorgebouw in Anderlecht dat men tot informele slaapzaal omvormde, en de Begijnhofkerk die met veldbedden en uitgespreide dekens verbouwd werd tot bastion van sociaal verzet.