In het voorjaar van 1969 stelde Harald Szeemann een van de meest indrukwekkende tentoonstellingen van de twintigste eeuw samen: When Attitudes Become Form. Deze tentoonstelling, georganiseerd in de Kunsthalle in Bern, bracht 69 Europese en Amerikaanse kunstenaars samen die pleitten voor werk dat zou zijn gegrondvest op een ‘innerlijke houding’, waarbij het artistieke proces boven het eindproduct werd verheven. De tentoonstelling bracht conceptualisme, land art, Amerikaans postminimalisme en Italiaanse Arte Povera onder de aandacht, maar richtte zich bovenal op de kwetsbaarheid van de formele uitdrukking van intenties en betekenissen. Voor Szeemann konden ideeën een materiële vorm aannemen of ongrijpbaar blijven; houding prevaleerde boven uitdrukkingsvormen. Een halve eeuw later vindt Szeemanns denkwijze weerklank in een reeks praktijken binnen de hedendaagse architectuur in België, waar een groeiend aantal beoefenaars blijk geeft van een brede opvatting van de architecturale discipline.
Men kan niet langer spreken van een stroming, beweging of stijl. Integendeel, hoewel materialiteit en het maken centraal blijven staan in de Belgische architectuur, variëren de uitdrukkingsvormen ervan. Of het nu gaat om de realisatie van een gebouw, het schrijven van een tekst, het bedenken van een scenografie, het bouwen van een installatie of het samenstellen van een tentoonstelling: deze beoefenaars vervagen de grenzen tussen disciplines om verschillende vormen van betrokkenheid te kanaliseren.