Na twee opeenvolgende mandaten – van 2015 tot 2020 en van 2020 tot 2025 – zwaaide Kristiaan Borret eind augustus af als Bouwmeester Maître Architecte (BMA) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Tien jaar lang zette hij zich samen met zijn team onverdroten in voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van stedelijke ontwikkelingsprojecten in Brussel. Om impact te hebben op de stedelijke kwaliteit, stond Borret vanaf het begin van zijn aantreden niet alleen publieke opdrachtgevers bij, maar ook private vastgoedontwikkelaars. Private projecten bepalen immers bij uitstek de leef- en werkomgeving van een stad als Brussel. Een gesprek over kwaliteit, het doorbreken van monopolies, professionele empathie en het uitroeien van een aantal hardnekkige misverstanden.
Eline Dehullu (A+) Omdat de professionele vastgoedsector een heel groot aandeel van de gebouwen in Brussel bouwt, zette u ook in op een dialoog over de kwaliteit met private opdrachtgevers. Dat is vrij uniek: geen enkele andere overheidsinstantie deed u dat voor of doet u dat tot nog toe na. De BMA heeft hiervoor twee tools: adviesverlening en de organisatie van ontwerpwedstrijden. Hoe zien die instrumenten eruit en waarin verschillen de beide formules voor publieke en private opdrachtgevers?