In de galerijwoning in Landegem laadt Wim Goes elk delicaat detail op met robuustheid. Hij doet dat om de constructiedynamiek van de houttechnologiebouw zichtbaar en voelbaar te maken. Een balk heeft immers een andere dynamiek dan een venster. Deze constructieve poëzie creëert een diepte waarmee ieder zich lichamelijk kan verbinden. Hij beroept zich eveneens op het concept ‘undoing’, waarbij hij voor elk detail nadenkt over wat het niet is. Op die manier slaagt hij erin het geheel te intensiveren en tegelijk te temperen. Temperen. Tempel. Temperatuur. Tempo. Tempera. Temperament.
Voor de buitendorpel een afgemeten eiland van klinkers, als het ware een deurmat. Alle aandacht gaat naar die stap over een smalle leegte om architectuur te betreden. In de entreehal houden enkele kleine raamopeningen net boven het vloerniveau een tel de focus vast, leiden de blik vervolgens de hoogte in, om daar diagonaal tegenover te eindigen bij een bandraam boven de puibalk van de tentoonstellingsruimte. Menig architect regisseert de manier waarop mensen zich in een gebouw bewegen, weinigen grijpen echter de regie van de oogbeweging aan. Wanneer die meesterlijk is uitgevoerd, nodigt ze uit om het tempo te vertragen en wekt ze tegelijk een gevoel van bewegingsvrijheid op – een sfeer die minder te maken heeft met het sturen van mensen dan met hen te verleiden tot slenteren en zich verwonderen. Een kunstgalerij waardig.