Het Provinciehuis in Antwerpen, ontworpen door Xaveer De Geyter Architecten, is een fotogeniek en indrukwekkend gebouw. Ingenieurs van het Duitse bureau Bollinger+Grohmann bedachten een intelligente structuur, die de toren overeind houdt door ook rekening te houden met de ongewone vorm van de architectuur.

In 1960 definieerde Ada Louise Huxtable in één zin het geslaagde evenwicht tussen constructie en architectuur: “De samensmelting tussen structurele functie en abstracte vorm creëert het soort gebouw dat zo fundamenteel juist is dat alle andere architectuur er oppervlakkig door lijkt te worden.” Huxtable had het over het gedeelte van de Torino Esposizioni, het stadion met tentoonstellingshal in Turijn, dat door Pier Luigi Nervi werd ontworpen in 1948. “De grote gewelfde ribben bundelen hun krachten zichtbaar in de waaiervormige ribben aan de zijkanten van de hal en dragen deze krachten over op de robuust knappe steunberen eronder.” Waar het op aankomt is dat gebouwen hun overwinning in de strijd met de zwaartekracht tonen, zonder al te triomfantelijk en zwaar uit te pakken, maar ook zonder te doen alsof er niets aan de hand is.