De reeks Architectenparcours geeft een overzicht van het werk van Belgische architecten die actief waren na de Eerste Wereldoorlog en van wie het werk bij het grote publiek weinig bekend is. Het eerste deel is zopas verschenen. Het is gewijd aan Stanislas Jasinski en nodigt ons uit om een belangrijke figuur binnen het Brusselse modernisme te herontdekken aan de hand van een inventaris van zijn werk tussen 1920 en 1960.
Stanislas Jasinski is een van de architecten die onze manier van wonen radicaal veranderd heeft en bijdroeg tot de opkomst van het appartement. Zijn carrière begint in het interbellum. In die periode worden in Brussel volop appartementsgebouwen opgetrokken, een typologie die de vrijstaande woning zou verdringen. Jasinski omarmt de typologiewissel met enthousiasme en vindingrijkheid. Eind jaren 1950 vat hij zijn filosofie samen in een artikel in La Maison. Daarin beweert hij vol overtuiging dat ‘het appartement beschaafd maakt’. Er moet, zo vindt hij, een einde komen aan het ‘gekibbel over kroonlijsten’, in de stad moet hoogbouw worden toegestaan en woningen moeten op één verdieping ontwikkeld worden, want dat sluit beter aan bij het moderne leven. Jasinski blijft zijn hele leven schaven aan het grondplan voor het ideale appartement.