“Die methode van steentje op steentje, die bakstenentrant, heeft afgedaan. Dat is een architectuur van het verleden, die techniek beantwoordt niet aan deze tijd. We moeten naar iets nieuws zoeken, naar een gestandaardiseerde methode”1, zuchtte Léon Stynen nadat zijn bakstenen huis voor een Boomse steenbakker in 1928 internationaal werd opgepikt. 1 Léon Stynen in Joos Florquin, Ten huize van …, Davidsfonds: Leuven, 1972, p. 113.
Generatiegenoot Peter Callebout ging zijn leven lang op zoek naar zo’n ‘methode’. Evenwel zonder dogmatisch onbehagen wanneer daarbij ook traditionele technieken en natuurlijke materialen nodig bleken. Niet toevallig ontworpen tijdens 1968 is Callebouts Centrum De Saedeleer – een onbestemde ruimte op poten tussen de bakstenen voetafdruk van een vroegere hoeve – het hoogtepunt van zijn zoektocht naar architectuur die niet in haar bestaande landschap is verankerd maar haar eigen vergankelijkheid aanvaardt.