Het is een realiteit van ons beroep: wanneer de architecten het toneel verlaten, komen de gebouwen tot leven. Vanmorgen is er in het Rideau-theater een vergadering in de bar, het administratief personeel is aan het werk en uit de coulissen klinkt hameren. Later deze week, na de première van de volgende voorstelling, komt er ’s ochtends een schoolgroep op bezoek en zullen de bemiddelaars in de wijk aanwezig zijn. Daarna worden de kleedkamers opgeruimd en worden de kostuums naar de wasserij gestuurd. Een strakke planning waarbij de dagen elkaar opvolgen en geen twee dagen hetzelfde zijn, bepaald door het tempo van het theatercreatieproces. Ontmoeting met een theater dat zichzelf beschouwt als “een herinnering aan thuis” en zelf ook thuis lijkt te zijn.
In Le Rideau heerst een menselijke, serene en vrolijke sfeer en tijdens het hele bezoek denk ik: hier heerst een goede karma. Raymond Delepierre, technisch directeur van het theater, leidt me rond: wanneer hij vertelt over de geschiedenis van Le Rideau, vanaf de oprichting in 1943 tot de vestiging in de Goffartstraat, valt de welwillendheid op die deze lange reis, gekenmerkt door artistieke vernieuwingen en verhuizingen, heeft gekenmerkt. Ook ontmoetingen: de theaters die Le Rideau tijdens zijn nomadenperiode onderdak hebben geboden, de gemeente Elsene die het theater in 2014 op haar grondgebied heeft verwelkomd, de Federatie Wallonië-Brussel, met de financiële steun van haar Directie Culturele Infrastructuur en de betrokkenheid van haar Cel Architectuur, die de architectuurwedstrijd begeleidt… allemaal partners die niet alleen hun steun hebben betuigd, maar ook trouw zijn gebleven. Dit is een theater dat zich geliefd weet te maken. Er is geen ironie in deze bewering: het is een realiteit, een duidelijke kwaliteit, die niet in één dag is opgebouwd.