De groeiende inzet van hergebruikte materialen in bouwprojecten heeft de afgelopen jaren geleid tot nieuwe vormen van architectuurpraktijk in Nederland en België. Omdat hergebruik onlosmakelijk verbonden is met de terugwinning van materialen – uit materialenbanken, afvalcontainers of rechtstreeks van de bouwplaats – wordt het recupereren van grondstoffen een integraal onderdeel van het bouwproces. Dit heeft sommige bureaus ertoe aangezet om materiaaloogst te benaderen als een onderdeel van het bouwen en als een volwaardige methodiek voor architectonische detaillering. Met het combineren van deconstructie met constructie stellen ze de traditionele volgorde van ‘eerst ontwerpen, dan bouwen’ ter discussie, wat vraagt om een fundamentele herziening van hun onderlinge verhouding. Daardoor manifesteert detaillering zich als een praktijk die onderhandelt tussen architect, aannemer, opdrachtgever en bouwkundig ingenieurs.

Dit artikel bespreekt verschillende benaderingen van het detailleringsproces aan de hand van twee bureaus – een Belgisch en een Nederlands – die beide zowel ontwerpen als bouwen met hergebruikte materialen. Verloren Bekisting is een architectencollectief uit Gent, terwijl Studio Tepe en Rogier Franssen in Rotterdam opereren als aannemer-architectduo. Beide bureaus werkten enige tijd in de Rotterdamse studio van Enzo Valerio, waar ze via diens ontwerp- en bouwpraktijk hands-on bouwervaring opdeden en hun technische vaardigheden aanscherpten. In het project van Verloren Bekisting vormde het strikte budget de aanleiding om de bestaande context als materiaalbron te benutten. Bij Studio Tepe / Rogier Franssen vloeide het hergebruik rechtstreeks voort uit de wens van de opdrachtgever om een gebouw volledig uit tweedehands materialen op te trekken. De twee projecten bieden ons de gelegenheid om te onderzoeken op welke wijze werken met hergebruikte materialen het ontwerp- en bouwproces hertekent, en hoe elk bureau deze verschuiving afleesbaar wil maken in het architectonische detail.