Naar aanleiding van dit speciale A+ nummer hebben Lionel Devlieger – medeoprichter van Rotor – en Michael Ghyoot – huidig medewerker van Rotor – Jane Mah Hutton uitgenodigd voor een gesprek over materiaalstromen. Mah Hutton is een Canadese landschapsarchitecte. Haar onderzoek richt zich op de uitgebreide relaties in de bouwsector, van materiaalstromen tot vakbonden. In een open gesprek over ontmanteling en hergebruik van materialen, gaan Devlieger en Mah Hutton in op de prangende vraag: wat als we materialen niet zouden bekijken als producten of goederen met één enkel doel, maar als voortdurend veranderende materie die uit de grond afkomstig is en ernaar terugkeert?

Lionel Devlieger: De onderwerpen materiaalstromen, herkomst en impact zijn de kern van je expertise als landschapsontwerper en onderzoeker/auteur. Je richtte mee het tijdschrift Scapegoat -Architecture, Landscape, Political Economy op, waarvan je de redactie van twee nummers op jou nam: ‘Wood Urbanism’ en ‘Material Culture’. Hierin staan kwalitatieve beoordelingen van materiële impact centraal. In 2019 publiceerde je ‘Reciprocal Landscapes. Stories of Material Movements’. Hierin worden vijf publieke ruimten in Manhattan geanalyseerd aan de hand van hun respectievelijke tegenhangers: de afgelegen landschappen waar de belangrijkste materialen voor deze ontwerpen vandaan komen. Dit boek oogstte heel wat lof en kan worden erkend als een belangrijk werk over de theorie en geschiedenis van de architectuur van het laatste decennium. De helderheid van het concept, de kwaliteit van de tekst, de diepgang en het onderzoek maken het tot een onvergetelijk werk. Wat ik me vooral afvraag is wat jou van je praktijk landschapsarchitectuur tot het bedenken en schrijven van Reciprocal Landscapes bracht?