Het ontstaan van Kanal, het instituut voor hedendaagse kunst en architectuur in de voormalige Citroëngarage aan het Saincteletteplein in Brussel, is een onwaarschijnlijk verhaal van ruziënde regeringen, een falend nationaal museumbeleid en een gedurfde sprong voorwaarts van het Brussels Gewest. Toch hebben ze het goed aangepakt: hoewel het gebouw nog niet klaar is voor gebruik, heeft het de harten van de Brusselaars veroverd dankzij een ’testperiode’ genaamd ‘Kanal Brut’. Ondertussen liggen de definitieve renovatieplannen voor ‘Atelier Kanal’, een samenwerkingsverband tussen Sergison Bates (Londen), noA (Brussel) en EM2N (Zürich), op tafel…
In 2011 reageerde het kunstminnende Brusselse publiek geschokt en ongelovig toen Michel Draguet, directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB), de sluiting van de moderne kunstcollectie van zijn instelling aankondigde. Aangezien Brussel meer kunstenaars per vierkante meter telt dan welke andere stad ook en het land barst van de topcollecties die achter slot en grendel worden bewaard, leek dit absoluut onbegrijpelijk – en vooral kortzichtig, nu elke Europese metropool zich inzet voor cultuur als een manier om zichzelf op de kaart te zetten.