Het Brugse Gruuthusemuseum was in de 15de eeuw een imposant stadspaleis. Stadsarchitect Louis Delacenserie renoveerde het aan het einde van de 19de eeuw hardhandig tot museum voor kantwerk en historisch erfgoed. Dat kreeg gaandeweg een steeds stoffiger imago, maar een doortastende renovatie van noAarchitecten keerde het tij. Het nieuwe inkompaviljoen kondigt dat al van ver aan. Toch kwam dat er niet zonder slag of stoot.
Het Gruuthusemuseum grenst aan de imposante Onze-Lie-ve-Vrouwekerk. Sinds de jaren 1950 liep het voorplein van het paleis door in het plein voor de kerk, waar ooit een kerkhof lag. De ticketbalie van het museum bevond zich toen in de inkomhal ervan. NoA wilde daarvan af: in hun visie moest de aankleding van het museum tastbaar maken dat dit ooit een woonhuis was van machtige burgers. Dan wil je geen loket aan de deur.