Het Brusselse Gewest telt niet gek veel cirkelvormige gebouwen of ‘donuts’, cilinders met een uitgeholde kern. De reden ligt voor de hand: ook al zijn ronde gebouwen – op de nog zeldzamere bolvorm na – de meest compacte vorm die een constructie kan aannemen, ze vereisen veel omringende ruimte: ze passen niet in een rijtje of een bouwblok. Cirkels zijn ook moeilijk te bouwen, want bouwmaterialen zijn doorgaans recht van vorm. Ronde gebouwen zijn ook lastig om in te richten. Toch branden architecten er graag hun vingers aan.
In Brussel gaat het bij cirkelvormige gebouwen vaak om paviljoenen, zoals de muziekkiosk in het Koninklijk Park. Ook religieuze gebouwen hebben iets met cirkels. Denk aan de grote Moskee van Mongi Boubaker (1975) aan de Kortenberglaan, of de kerk op het Hoogte Honderdplein in Vorst van Léon Guiannotte en André Watteyne (1935), een Grieks kruis gevat in een cirkel. Ronde kantoorgebouwen zijn even zeldzaam. Een bekend voorbeeld is de donut van het Glaverbelgebouw van Pierre Guillissen, André Jacqmain en Victor Mulpas uit 1967. Op de hoek van de Kortenberglaan en de Wetstraat zit zo’n donut verstopt in een puntvormig hoekgebouw. Vlak bij het Centraal Station heb je de – ovale – toren van de Nationale Loterij. Er zijn nog wat buitenbeentjes, zoals het Amerikaans Theater op de Heizel, een restant van Expo 58 (een donut én een cilinder!). Recent verrijkte de luifel van xdga op het Rogierplein het rijtje ronde publieke gebouwen. Ronde woningen zijn echt een rariteit. Villa iv van Office Kersten Geers David Van Severen is er een recent (achthoekig) voorbeeld van. Aan het einde van de 18de eeuw bestempelde de architectuurtheoreticus Quatremère de Quincy (1755-1849) de cilinder als een oertype waarvan veel modellen waren afgeleid. Le Corbusier (1887-1965) herhaalde dat in Vers une architecture alsof hij het zelf had bedacht. Het is een perfecte vorm, pure architectuur, ongeacht de inhoud of functie. Dat maakt de cirkel aantrekkelijk voor wedstrijdontwerpen. Het archief van de Bouwmeester maître architecte (BMA) telt er vele voorbeelden van, al moesten die ontwerpen vaak de duimen leggen voor voorstellen die meer rechttoe rechtaan waren. Ontwerpers grijpen er om diverse redenen naar terug. Ze kiezen er bijvoorbeeld voor vanwege het contrast met de omgeving. Een recent voorbeeld is de wedstrijd voor nieuwe gebouwen voor de Bosbrigade langs de Waversesteenweg in Oudergem (2022). Het winnende ontwerp van het team rond Atelier Julien Boidot – Czvek Rigby hield het bij rechthoekige gebouwen. 51n4e stelde echter een cirkelvormig gebouw met een diameter van zo’n 30 meter voor, terwijl architectuurplatform Terwecoren Verdickt en Générale – Jo Taillieu kozen voor een donut met een nog grotere omtrek. Hier affirmeert de architectuur zichzelf in contrast tot de omgeving: heldere geometrie versus grillige natuur. 51n4e drijft het geometrische spel ten top door binnen de cirkel een vierkant in te schrijven van dragende wanden waarvan de zijden doorschieten tot aan de rand van de buitencirkel. Générale – Jo Taillieu sparen in het open midden van de donut één enkele boom, als een gebaar van barmhartigheid dat het geweld van de vorm tempert. Bij Terwecoren Verdickt is die binnencirkel veel groter en creëert hij een dubbel contrast: dat tussen de ‘getemde’ natuur binnen de cirkel en de ongetemde erbuiten.