In het hart van een huizenblok in Namen, op een fietsritje van het station via de RAVel, verschuilt zich een klein, langgerekt gebouw. In intieme dialoog met zijn omgeving, tussen muren en wat restnatuur, stelt het een nieuwe manier van leven voor. Het is een sterk voorbeeld van compact en eenvoudig wonen in groep, waarmee Specimen verkent hoe architectuur ten dienste kan staan van een buurtproject.1 1 Het cohousingproject in Namen bestaat uit een harde sokkel met gedeelde ruimtes en daar bovenop duplexwoningen in een lichte, houten structuur.
Het gesprek begint met de geschiedenis van het perceel, waarvan we de omtrek kunnen zien vanuit de kantoren van Specimen. Het terrein was eigendom van het plaatselijke OCMW, dat van de gemeente geen toestemming kreeg voor een dichtbebouwd wooncomplex. Het dreigde in handen te vallen van projectontwikkelaars, maar werd uiteindelijk gekocht door enkele gezinnen die in de stad wilden blijven en bereid waren ‘compact’ te wonen en voorzieningen te delen. Ze kozen Specimen om hen te adviseren bij de ontwikkeling van het project en het bureau trad uiteindelijk ook als koper tot de groep toe. Een van de partners wil er zelfs gaan wonen. Zoals ook bij gelijkaardige initiatieven valt vast te stellen, bevordert de solidariteit tussen de architecten en bewoners de slaagkansen van het project.