Dit nummer van A+ presenteert een fascinerende verzameling van bestaande en bedachtelijke cirkels. Door deze verzameling samen te brengen, krijgen we een dieper inzicht in de architectuur van ronde gebouwen. Bibliotheken, scholen en voorzieningen voor welzijn en zorg grijpen vaak terug naar de cirkel in een streven naar overzichtelijkheid, verbinding en saamhorigheid. Hun grondplan verwijst op een vanzelfsprekende manier naar het symbool van de cirkel. Pieter T’Jonck stelt hierover: “Cirkels zijn pure geometrische vormen, maar lenen zich voor vele doeleinden en interpretaties. Ze scheppen samenhang waar anders misschien chaos zou zijn.”
Wanneer er geen culturele context of ruimtelijk programma een cirkelvorm suggereert, kan een rond grondplan een gedurfde, bijna absurde geste van de auteur lijken. Waarom zou een woning of kantoor cirkelvormig moeten zijn? Christophe Van Gerrewey onderzoekt deze vraag en de veronderstelde beperkte functionaliteit van de cirkel als onwaarschijnlijk grondplan. Hij bespreekt een aantal architecturale kwesties die door de cirkel scherp worden gesteld. Léone Drapeaud bekijkt de monumentaliteit en de absolutie van de cirkel en toont bewondering voor de doorwrochte structuuroefening van de architect, die een sluitende logica weet te brengen in een vorm die dat op het eerste gezicht niet lijkt toe te laten. Gideon Boie bekritiseert daarentegen de verwerping van de omgeving die inherent is aan de logica van de cirkel: “Formele schoonheid kan een bijzonder nut hebben, maar wanneer dat formalisme radicaal wordt door het gebruik van een geometrische vorm, ontbreekt elke relatie met de context.”