Een hut in een boom, een kamp achter de sofa, een tent in de tuin: elk kind ontsnapt al spelend uit de wereld om op een kleine, verscholen plek een nieuw universum te scheppen. Het gebrek aan ruimte en attributen is de rijkdom die de verbeelding voedt. Afwezigheid wordt inspiratie. Dat kind, en de bijbehorende droom van een geheime verborgen kamer, zit in elk van ons.

‘Une fois franchis les terreurs du couloir, nous avons tous, nous aussi, aimé à rêver dans la chambre du fond’, schrijft de Franse filosoof Gaston Bachelard. ‘C’est parce que vit en nous une maison onirique, que nous étions un coin sombre de la maison natale, une pièce plus secrète. (…) Tout rêveur a besoin de retourner à sa cellule.’ Bachelard stuurt de dromer terug naar de cel, een plek van sobere afzondering waar de verbeelding de vrije loop krijgt.