In opdracht van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij realiseerde Dierendonckblancke twee woongebouwen op een perceel dat twee straten in Sint-Jans-Molenbeek verbindt. De twee gebouwen zijn slabs zoals de omliggende bebouwing, en zijn parallel gepositioneerd aan de straten aan weerszijden van de site. Aan de zijde van de Louis Mettewielaan volgt het gebouw met tien bouwlagen de omliggende grote appartementsblokken. Aan de zijde van de Condorlaan is de bebouwing iets lager en kreeg het tweede gebouw slechts zes bouwlagen. Samen herbergen de twee gebouwen 23 appartementen voor middeninkomens en 34 sociale woningen.
Beide gebouwen zijn ontworpen met regelmatige traveeën van ongeveer 4 meter waardoor ze zowel planmatig als qua gevelcompositie worden gestuurd. Een typisch appartement bestrijkt twee traveeën en heeft een leefruimte die zich van de ene gevel uitstrekt tot een keuken die aan de andere gevel grenst. Deze langsgevels van de slabs zijn aan weerszijden ‘geplooid’ volgens hetzelfde ritme, waarbij de gevel zich per twee traveeën naar binnen plooit. Daardoor staan de ramen onder verschillende hoeken en bieden de verschillende kamers van een appartement andere uitzichten. In elk van deze plooien, die dus overeenkomen met de breedte van een appartement, hangt een ruitvormig terras. De appartementen zijn daardoor sterk betrokken op het park, krijgen veel daglicht en hebben systematisch leefruimtes die uitkijken op een of meerdere buitenruimtes.