Twee jaar geleden bracht de covidcrisis de wereld van de ene dag op de andere tot stilstand. We moesten alles heruitvinden: werken, schoolgaan, uitgaan, zelfs winkelen werd een uitdaging. Dat bracht een maatschappelijke bezinning op gang: allicht denken we in de toekomst heel anders over ‘ideaal’ wonen en werken. Kantoren zullen in elk geval kleiner worden, en heel andere noden vervullen.1 1 De renovatie van het kantoorgebouw in de Aarlenstraat in Brussel door Trans grijpt diep in op de structuur van de gebouwen door er inwendig een andere structuur met grotere open vloervelden in onder te brengen.
De covidcrisis zorgde voor een spectaculaire stijging van het telewerken. De Economic Risk Management Group (ERMG) van de federale regering stelde vast dat het aandeel van telewerk tussen januari en april 2021 rond de 45 procent lag, en werkgevers vermoeden dat telewerk een blijver is. Als werknemers voorheen ongeveer 0,4 dagen per week thuis werkten, zullen ze dat naar verwachting na de crisis 1,3 dagen per week doen. Die gemiddelden verbergen wel enorme sectorale verschillen: een bouwvakker of een caissière kunnen immers niet telewerken. In de tertiaire sector daarentegen is telewerken al helemaal ingeburgerd. Betekent dat dan dat het klassieke kantoorgebouw stilaan overbodig wordt?