‘Flexibiliteit’: wie het onderwerp onder architecten aansnijdt, wordt al snel geconfronteerd met een rijke maar verwarrende woordenschat. Spreken we over flexibiliteit, of eerder over aanpasbaarheid? Of over multifunctionaliteit? Of draait het juist om omkeerbaarheid? En wat met modulariteit? Is dat alles uiteindelijk wel of niet verbonden met prefabricatie?

In werkelijkheid verwijzen al deze termen naar verschillende visies op flexibiliteit en staan ze in een hiërarchische verhouding tot elkaar. Ze kunnen betrekking hebben op meerdere ruimtelijke schalen en zich gelijktijdig of afzonderlijk voordoen, in heel uiteenlopende tijdritmes. Het boek Flexible Housing1 van Jeremy Till en Tatjana Schneider biedt daarbij een goede houvast. Het verheldert de mogelijke definities en varianten van het begrip ‘flexibiliteit’ binnen de architectuur, en in het bijzonder binnen de woningbouw, waar het concept een vruchtbare bodem vond. Tegenwoordig is de term weer bijzonder actueel, als een beloftevol antwoord op de te snelle en onhoudbare veroudering van ons gebouwde erfgoed. 1 Jeremy Till en Tatjana Schneider, Flexible housing, Elsevier, Oxford, 2007.