Waar musea of theaters staan, en hoe ze eruitzien, heeft vaak een grote maatschappelijke inzet. Dat is nooit onschuldig. Zo was de Opéra Garnier in Parijs het sluitstuk van de heraanleg van de stad op maat van de bourgeoisie. De ‘gewone’ mens had er weinig te zoeken. Tot op vandaag investeren steden, ook in België, nog steeds fors in culturele infrastructuur, maar ze blazen minder hoog van de toren. Nu draait het om ‘belevingswaarde’ én om ‘sociale cohesie’, om het maatschappelijke gesprek dat via cultuur kan ontstaan. Geen pronkstukken als de Opéra, maar plekken voor zowel hoge kunst als hiphop. In Leuven, Brussel en Charleroi staan zulke projecten op stapel.

Ook als het om zo’n alternatieve plekken gaat kent Parijs een mooi voorbeeld. Het toonaangevende ‘104’ was ooit een werkplaats voor begrafenisstoeten in een van de armere buurten van Parijs. Het doorsnijdt als een lange straat met ateliers een heel bouwblok. Die straat is er nog steeds, maar nu staan hiphop en hoge kunst er broederlijk naast elkaar, 24/24. Ook Leuven, Brussel en Charleroi werken aan zulke verbindende plekken die surfen op de troeven van het historische erfgoed.