Een grondplan in de vorm van een cirkel is hoogst rationeel en grenst juist daarom aan waanzin. Als er iets overblijft van de architect als auteur die plannen tekent, eerder dan als een manager of een redacteur vergaderingen te leiden of processen aan te sturen, dan is de cirkel het geconcentreerde embleem van die activiteit. De cirkel symboliseert de uitersten van het ontwerp: cirkelvormige gebouwen zijn zowel vanzelfsprekend als absurd. De cirkel is het toppunt van de betovering van de geometrie – de zuiverste uiting van het geloof in vorm en van het belang van vorm voor elk ontwerp.
Het is geen toeval dat Robin Evans zijn boek The Projective Cast. Architecture and Its Three Geometries uit 1995 opende met de mededeling dat geometrie – de tak van de wiskunde die zich bezighoudt met vorm, grootte, posities van figuren en eigenschappen van ruimtes – een dubbelzinnige reputatie heeft en zowel met idiotie als met intelligentie wordt geassocieerd. Evans citeert uit de roman The Secret Agent (1907) van Joseph Conrad. Een van de nevenpersonages is Stevie, een zwakzinnige maar onschuldige jongeman die zijn dagen ‘braaf en rustig aan een houten tafel’ doorbrengt, ‘bezig cirkels, cirkels, cirkels te tekenen; ontelbare cirkels, concentrisch, excentrisch; een fascinerende wirwar van cirkels die door hun ingewikkelde veelvoud van herhaalde curven, uniformiteit van vorm, en wanorde van elkaar snijdende lijnen een beeld suggereerden van kosmische chaos, de symboliek van waanzinnige kunst die naar het onvoorstelbare reikte’.