Belgische universiteiten en hogescholen beleven vandaag een kantelmoment. De exponentiële groei van de studentenaantallen in bepaalde opleidingen en de algemene behoefte aan renovatie of vervanging van bestaande, verouderde gebouwen leiden tot opvallend veel bouwplannen. Deze geven aanleiding tot een kritische reflectie over bestaand en toekomstig patrimonium aan de hand van masterplannen, haalbaarheidsstudies en onderzoek. De centrale vraag hierin is drieledig. Niet alleen gaat het erom welke gebouwen we nodig hebben voor onderwijs en onderzoek of hoe architectuur de werking van een instituut kan ondersteunen. Fundamenteel is ook de vraag waar dit gebouw dan het best staat opdat creativiteit en innovatie optimaal zouden kunnen gedijen, en vooral: welke stad we willen maken en hoe kan een campus daar actief aan bijdragen?
Universiteiten kenden een eerste grote uitbreidingsgolf in het midden van de vorige eeuw door de democratisering van het onderwijs na WO II. Een van de bekendste stedenbouwkundige antwoorden hierop was de campus als een eiland ver buiten de stad, naar Amerikaans model, gestoeld op een modernistisch denkkader met een fundamentele antistedelijke drijfveer. Nu we de spits van een nieuwe eeuw afgebeten hebben en volop beseffen dat we ecologische, sociale en economische uitdagingen niet uit de weg kunnen gaan, verandert ook ons beeld van de campus die bij het hoger onderwijs hoort. Monotone functionele buurten, gebaseerd op een uiteengelegde modernistische zoneringspraktijk, zijn moeilijk te rijmen met de roep om multifunctionaliteit, overlappend gebruik van hybride contexten en 24 uurs-stedelijkheid. We kunnen ons in het dichtbevolkte België niet veroorloven om over ruimte na te denken in termen van singuliere functionaliteit. Ook op pedagogisch vlak lijkt dit model achterhaald. De campus als afgeschermde plek ver buiten de stad staat in schril contrast met de behoefte van universiteiten aan netwerking, de inspiratie- en kennisuitwisseling die zich dagelijks afspeelt tussen de studenten en de stad en ook de nauwere verweving tussen het werkveld, onderzoek en opleiding via spin-offs, levenslang leren, praktijkstages, vervolgopleidingen, enzovoort.