Jaarlijks selecteert en financiert het team BMA onderzoeksvoorstellen van middenveldorganisaties, ontwerpers en onderzoekers onder de noemer BMA Label. Met Label stimuleert het team BMA experimenten op het stedelijke domein en definieert het opkomende onderzoeksthema’s. Dit artikel gaat dieper in op twee projecten: Du bruxellien au bruxellocène (Maxime Jaume en Lucile Pujol, BMA Label 2023, in eindfase) en Stadssubstraat (Plant & Houtgoed, BMA Label 2024, lopend). Deze projecten delen een gemeenschappelijke interesse: ze onderzoeken de bodem, meer specifiek de Brusselse stadsbodem, met zijn complexe verwevenheid van oppervlakken, processen en beleidsmaatregelen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest rust op een sokkel van sedimentair gesteente die meer dan 500 miljoen jaar oud is. Deze sokkel is bedekt met een geologisch veel jongere laag: het quartair. Verschillende menselijke ingrepen, zoals uitgravingen en ophogingen, hebben de aard van deze bodem gewijzigd en de grenzen tussen geologie, bodemkunde, biologie en stedenbouw vervaagd. De twee projecten benaderen deze ‘diepe’ doorsnede echter op een verschillende manier, door twee verschillende bodemlagen te onderzoeken: Stadssubstraat analyseert de oppervlaklaag van de quartaire formatie, een laag rijk aan organische materie, terwijl Du bruxellien au bruxellocène de laag er direct onder onderzoekt. Deze laag bevat een specifieke geologische zandformatie, kenmerkend voor het Brussels Gewest: het brusseliaan. Twee lagen en twee hoofdrolspelers dus: antropogene bodems als ontwikkelingspotentieel voor ‘nieuwe ecosystemen’ en de zandlagen van Brussel, die niet als inerte en passieve materie worden onderzocht, maar als een actieve kracht, een ‘levende deelnemer aan de menselijke technologie en cultuur’, medeverantwoordelijk voor de opbouw en afbraak van het hoofdstedelijk gebied.