In de zomer van 2025 presenteert Bas Smets, in samenwerking met Stefano Mancuso, de tentoonstelling Building Biospheres in het Belgische paviljoen op de Architectuurbiënnale van Venetië, die de impact van de natuurlijke intelligentie van planten op de architectuur onderzoekt. Naar aanleiding hiervan werd Kelly Shannon, docent aan de KU Leuven en auteur van het recent verschenen Forest Urbanisms, door A uitgenodigd om met Bas Smets in gesprek te gaan. In dit gesprek onderzoeken ze beiden wat biosferisch urbanisme, augmented landscapes en natuurlijke intelligentie voor hen betekenen, enerzijds als academicus en anderzijds als praktiserend landschapsarchitect. ‘We willen onderzoeken in hoeverre architectuur kan worden geherdefinieerd als een organisatie van levende organismen – menselijke en niet-menselijke.’

Kelly Shannon – Ik wil graag beginnen met uw concept van ‘biosferisch urbanisme’. Uit welk specifiek erfgoed van stedenbouw en landschapsarchitectuur is dit voortgekomen? En hoe werkt het iteratieve proces van analyse en ontwerp? Wordt bijvoorbeeld de Universal Thermal Climate Index (UT&I), die werkt met waargenomen thermisch comfort, ook in dit proces gebruikt? Zijn er op een bredere, territoriale schaal mogelijkheden voor bioklimatologisch stedenbouwkundig ontwerp als constellaties van dynamische microklimaten? Worden vegetale en hydrologische systemen ontworpen en gechoreografeerd om zich aan te passen aan de onzekerheid die de opwarming van de aarde met zich meebrengt?