Baksteen is alomtegenwoordig. In alle registers van onze gebouwde omgeving, als letterlijk de kleinste bouwsteen van een taaie en gelaagde materiële structuur, en in ons door ontginning getekende landschap. Baksteen zit daarenboven ‘in onze maag’, in het zelfbeeld van onze samenleving. Het materiaal is de cynische ambassadeur van ons problematisch ruimtegebruik, onze fiscaal-ruimtelijke onderlegger, verkavelingsgewoonten, wildbouw en doe-het-zelf-logica, en tegelijk drager van een virtuoze en rijke architectuur- en bouwcultuur. Van de mascotte van de grootste bouwbeurs van het land, tot het logo van de jongste editie van de Dag van de Architectuur. Baksteen lijkt het bouwen zelf in al zijn vormen en geledingen te vertegenwoordigen, en te legitimeren.
Blaf architecten voert sinds 18 jaar een (onder)zoekende praktijk, waar de impact van de uitdagingen en het beleid inzake klimaat, energie en grondstoffen op het ontwerp, de constructie en de betaalbaarheid van architectuur prominente thema’s zijn1. Sinds het dnA-huis in Ternat, een realisatie van Blaf uit 2013, is daar een interesse en fascinatie voor baksteen bij gekomen. Geen enkel ander materiaal gaf ons eerder zo’n directe toegang tot zo veel betekenislagen en maatschappelijke aanknopingspunten. Van de grondstof, receptuur, bakwijze, het formaat, de verwerking, kostprijs en duurzaamheid van het materiaal tot de mogelijke associaties die de baksteen in een bepaalde context oproept: van armoedigheid, eenvoud, functionaliteit, authenticiteit, tot rijkdom, complexiteit, ornamentaliteit, auteurschap en representatie. Hoe meer we baksteen hanteren, bestuderen en trachten te begrijpen, des te meer kunnen we het materiaal kenschetsen als een bron van tegenstellingen en tegenstrijdigheden. Spanningen, waardoor baksteen een bijzondere plaats heeft verworven in de poëtica van de Belgische architectuur. In wat volgt worden twee ‘baksteenparadoxen’ aangesneden die ons in de praktijk bezighouden: die van de duurzaamheid, en die van het dragen versus het bekleden. Baksteen is door zijn intrinsieke eigenschappen het materiaal bij uitstek dat uitnodigt om essayistisch te werk te gaan. Daardoor, zo zal blijken, is het een pleitbezorger voor ontwerpend en bouwend onderzoek. 1 A. Hendrickx. ‘De (onder)zoekende praktijk’ in Jaarboek Architectuur in Vlaanderen #14, 2020