‘Wij ontwerpen nooit voor een programma; voor ons is het programma slechts een excuus om een bouwwerk te definiëren dat kan evolueren. Gebouwen blijven bestaan omdat ze de tand des tijds trotseren, maar ook omdat ze nieuwe functies kunnen opnemen. We bouwen wat moet blijven en creëren voorwaarden voor wat kan veranderen.’ De befaamde Portugese architect Manuel Aires Mateus reflecteert op wat flexibiliteit in de architectuur voor hem betekent. ‘Ware ecologische kwaliteit ligt in de combinatie van duurzaamheid en aanpasbaarheid.’
Gebouwen die het vermogen hebben om zich aan te passen aan nieuwe functies, veranderende gebruikers en maatschappelijke evoluties hebben een langere levensduur. In de zoektocht naar duurzaamheid is het dan ook niet verwonderlijk dat het ‘flexibele ontwerp’ aan een ware opmars bezig is. De term wordt gretig gebruikt door zowel architecten in wedstrijdvoorstellen als projectontwikkelaars in verkoopcampagnes. Maar wat wordt er nu precies mee bedoeld?