Goede architectuur begint bij een goede opdracht. Als we bijvoorbeeld kijken naar het werk van Le Corbusier, Mies van der Rohe en Gerrit Rietveld, dan zijn hun opdrachtgevers – baron Charles de Beistegui, Pierre Couturier, Grete Tugendhat, Phyllis Lambert en Truus Schröder-Schräder – nadrukkelijk aanwezig op de achtergrond. Vandaag is dat niet anders. Het verhaal achter het Mobilis-project, een ontwerp van Xaveer De Geyter Architects voor D’Ieteren Immo dat momenteel in aanbouw is, illustreert wat er gebeurt wanneer een visionaire architect, ambitieuze overheden en een verlichte opdrachtgever streven naar architecturale kwaliteit in de eenentwintigste eeuw.
Ongeveer veertig jaar geleden schreef Roland D’Ieteren, een directe afstammeling van Jean-Joseph D’Ieteren, oprichter van het gelijknamige bedrijf, een brief aan de toenmalige burgemeester van de Brusselse gemeente Anderlecht, Christian D’Hoogh. D’Ieteren had zijn oog laten vallen op het terrein op de hoek van de Boulevard Industriel, de Boulevard Paepsem en het Kanaal en wist met de nodige ondernemersgeest de burgemeester ervan te overtuigen het terrein te verkopen voor de bouw van een autogarage. Toen die garage decennia later aan renovatie toe was, ontstond bij D’Ieteren het plan om op het terrein een nieuwe showroom te bouwen. De beoogde ‘schoenendoos op een parkeerterrein’ paste perfect tussen de industriële loodsen in de ongecontroleerde mengelmoes van dit industriële deel van de Brusselse Kanaalzone. Het project ontbrak het echter aan visie. ‘We verlieten de vergadering met de autoriteiten met het besef dat we ons project konden opschorten, maar zagen toen ook dat er een unieke kans voor ons lag’, herinnert Greet Mertens, hoofd architectuur bij D’Ieteren Immo, zich. De groep beschikte over een perceel waarop zij de oorspronkelijke 3.000 m² aan garages en showrooms kon aanpassen tot bijna 35.000 m² aan productieve functies die pasten binnen het Canal Plan, het plan van Alexandre Chemetoff voor de ontwikkeling van de Brusselse Kanaalzone.