Veel art-nouveaugebouwen van Victor Horta en zijn tijdgenoten gingen tussen de Eerste Wereldoorlog en pakweg de jaren 1970 door een diep dal van afkeuring en verwaarlozing. De internationaal gecontesteerde afbraak van Horta’s Volkshuis (1965) ligt nog vers in het collectieve geheugen van architectuurminnend België, net zoals de afbraak van de woning Aubecq (1949). Deze tragische geschiedenis maakt van de recente inhuldiging, met de nodige toeters en bellen, van Hôtel Solvay als ‘nieuw museum in Brussel’ een des te heuglijker gebeurtenis.

De woning werd in 1977 beschermd als monument en kreeg in 2000, samen met de huizen Tassel, Van Eetvelde en de eigen woning met atelier van de architect, van Unesco de status van Werelderfgoed. Hôtel Solvay geldt als de best bewaarde art-nouveauwoning van Horta, mede dankzij de zorgen van de familie Wittamer, sinds 1957 eigenaar van de woning.