In Lessen (Lessines) in Henegouwen, een klein plattelandsstadje op de taalgrens waar de Dender door stroomt (en zich van die grens niks aantrekt), huist het cultureel centrum in het historische gasthuis Onze-Lieve-Vrouw met de Roos. Aan de overkant van de straat staat een oude verlaten molen met bijgebouwen. Het cultuurcentrum wil hier uitbreiden met een nieuwe concertzaal en een theatercafé. De Cellule Architecture van de Franse Gemeenschap schreef er een ontwerpwedstrijd voor uit.
Deze stad is een boeiend voorbeeld van wat een ‘landelijke stad’ kan zijn, of een ‘stedelijk platteland’ als u wilt. Surrealistisch? Lessen neigt er wel wat naar. De stad is niet voor niets verbonden met twee belangrijke figuren uit de beweging: Magritte, die hier geboren is en zijn naam heeft gegeven aan het cultuurcentrum, en zijn vriend, de schrijver en dichter Louis Scutenaire, die hier gewoond heeft maar niet zo veel belangstelling krijgt. ‘Praat niet over mij, ik doe het zelf al genoeg’, zei hij al. Had hij het misschien ook over dit stadje, prachtig ouderwets alsof het in de tijd is blijven steken? Als we denken aan de miskleunen van het verkavelingsmodel, nooit stad en nooit platteland – en eigenlijk ook niks anders –, is het ietwat oubollige karakter van Lessen misschien wel actueler dan ooit, nu we ons ruimtegebruik in vraag moeten stellen.