Te midden van de velden nabij Ninove prijkt de Onze-Lieve-Vrouw ten Beukenboomkapel als bescheiden baken in het uitgestrekte weidelandschap. Het ongewijde bedehuis werd in 1661 door de kasteelheer van Voorde gebouwd bij de beukenboom waar hij dagelijks kwam bidden voor de genezing van zijn vrouw. In haar lange leven ontstonden vele anekdotes en werd de kapel een waar icoon in de regio. In 2016 werd het Gentse bureau Gafpa gevraagd de kapel te herbestemmen tot woning.
Een witgelakte staalportiek markeert de centrale as van de kapel. Een tweede portiek loopt langs de oostelijke wand. Geperforeerde en geprofileerde staalplaten maken de overspanning en kragen uit over de centrale portiek. Los van de zware, massieve muren van de oude gebedsplaats rijst een ranke staalconstructie op. Twee nieuwe vloerniveaus maken de hoge gebedsruimte functioneel. Anoniem in het landschap ontstaat zo een royale woning die vooral in zichzelf is gekeerd. Op de eerste verdieping definiëren houten wanden compacte kamers en een badkamer. Ze zijn verbonden met een passerelle. Erboven biedt een plateau onder het tongewelf plaats aan een open slaapkamer die alleen met een groot gordijn afsluitbaar is. Op de benedenverdieping ontvouwt zich een ruime leefruimte. Een fijne spiltrap verbindt de verschillende niveaus met elkaar. Naast de frêle structuur ontstaat een genereuze vide die de oorspronkelijke monumentaliteit van de gebedsruimte zichtbaar houdt. Een kookeiland vervangt het altaar. De apsis transformeerde tot open keuken, verlicht door een nieuwe opening in het halfronde koor. De ceremoniële poort blijft als herinnering uit het verleden maar fungeert alleen nog als achterdeur. De nieuwe voordeur legt de enige connectie met de buitenwereld. Ze werpt het enige zicht op de wijde omgeving door de dikke en gesloten kapelmuren. De opening wijkt vrijmoedig af van het ritme dat wordt gedicteerd door de monumentale boogramen met glas in lood.