Van Torhout tot Peer, van West-Vlaanderen tot Limburg. Naast de gekende bouwmeesters en welstandscommissies, duiken de voorbije jaren steeds meer zogeheten kwaliteitskamers op. Deze commissies moeten steden en gemeenten ondersteunen bij de beoordeling van nieuwe bouwprojecten. In de samenstelling, rol en werking van die kwaliteitskamers bestaan echter nog grote verschillen.

In oktober 2021 streek het Festival van de Architectuur neer in Oostende. De lokale kwaliteitskamer – het StadsAtelier – en het VAi sloegen de handen in elkaar om een colloquium te organiseren rond de werking van kwaliteitskamers in Vlaanderen en Brussel. In 2019 organiseerde het Vai samen de Gentse Bouwmeester al een eerste ‘Staten Generaal’ hierover. De sessie in Oostende kreeg de vorm van een workshop, waarin zo’n 30-tal leden van kwaliteitskamers hun ervaringen en kennis uitwisselden, onder moderatie van Lisa De Visscher (A+) en de leden van het Stadsatelier. De gesprekken werden georganiseerd rond vijf thematische tafels met als kwesties: de samenstelling, de input, het gesprek, de positionering en de output. Studenten van de masteropleiding Stedenbouw & Ruimtelijke Planning van de UAntwerpen maakten verslag van deze gesprekken, wat diende als basis voor dit artikel.