Als we de boom aan zijn vruchten beoordelen, zijn alle Belgische stedenbouwkundigen en architecten het erover eens: Wallonië loopt ernstig achter op vrijwel alle uitdagingen die ecologische noodzaak en ruimtelijke ordening combineren. Ondanks enkele aankondigingen is het vandaag bijvoorbeeld nog steeds niet in staat om een proactief en operationeel stappenplan te volgen om de stedelijke wildgroei (zowel villa’s als economische activiteitenzones) drastisch te verminderen. Dit duidelijke tekort heeft tal van schadelijke gevolgen: verstedelijking en verharding van landbouwgrond, giftige afhankelijkheid van de auto, versnippering van de leefomgeving van niet-mensen, erosie van de biodiversiteit, zoönosen, enz.
Wallonië is ook de achterblijver op het gebied van hoogwaardige Belgische architectuur. De Brusselse en Vlaamse architectuur wordt overal in Europa geprezen. Daarentegen – en ondanks enkele moedige pogingen van eenzame strijders die eerder worden geremd dan gesteund door de overheid1 – komen er te weinig opmerkelijke projecten uit het Waalse grondgebied. Het architecturale klimaat is er zo middelmatig (zelfs ronduit cliëntelistisch) dat sommige goede Belgische bureaus aarzelen om nog deel te nemen aan wedstrijden die niet door de Cellule Architecture worden georganiseerd. 1 Zie de recente open brief van de Waalse kamer van de orde van architecten, eind oktober gericht aan het Waalse Gewest: https://ordredesarchitectes.be/actualites/la-wallonie-en-mal-dambition-architecturale